De tempelreiniging: een opvallend optreden van Jezus “Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn…”

De tempelreiniging: een opvallend optreden van Jezus
“Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn…”

“Ze kwamen in Jeruzalem. Hij (Jezus) ging de tempel binnen en begon iedereen die daar iets kocht of verkocht weg te jagen; hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver, en hij liet niet toe dat iemand voorwerpen over het tempelplein droeg. Hij hield de omstanders voor: ‘Staat er niet geschreven: “Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn”? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’ De hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden wat er gebeurd was en zochten naar een mogelijkheid om hem uit de weg te ruimen; ze waren bang voor hem, omdat het hele volk in de ban was van zijn onderricht. Nadat de avond gevallen was, gingen Jezus en zijn leerlingen weg uit de stad.

(Marcus 11, 15-19)

Inleiding

In alle vier de evangeliën vinden we het verhaal over de uitdrijving van de handelaren uit de tempel. De synoptici plaatsen deze passage na de intocht in Jeruzalem (zie Matteüs 21,12-17, Lucas 19, 45-47), alleen Johannes plaatst haar aan het begin van Jezus’openbare optreden. Voor de synoptici is de tempelreiniging een van de aanleidingen voor Jezus’ arrestatie en executie. Want het was een provocerende profetische daad met politieke consequenties.

In de eerste eeuw van onze jaartelling was de tempel in Jeruzalem, van oudsher het religieuze centrum van de Joodse wereld, tevens geworden tot het politieke, economische en financiële centrum ervan politiek, wetgeving en belastingen (zie ACHTERGRONDINFORMATIE). Uit de geschriften van de Joodse auteur Flavius Josephus (37- rond 100 na Chr.) en andere geschriften (Qumran en rabbijnse bronnen) weten we dat er veel kritiek was op wat op deze gang van zaken rond de tempel. De kritiek gold ook de priesterlijke elite in Jeruzalem, die hiervoor verantwoordelijk werd gehouden. Bijkomend punt van kritiek was dat deze elite samenwerkte met de Romeinse bezetters.

Een van de rabbijnse bronnen waaruit we kunnen opmaken dat er onder de Farizeeën en in brede lagen van de joodse bevolking weerzin bestond tegen het tempelbedrijf is de Talmoed. Hierin vinden we het volgende verhaal, dat niet lang na de verwoesting van de tempel door de Romeinen (70 na Chr.) speelt:

“Een voorval met onze meester Jochanan ben Zakkai. Hij was onderweg toen rabbi Josjoea achter hem aanliep en zei: Wee ons, want het Huis (de Tempel) is verloren gegaan, en daarmee de plaats die onze zonden verzoende! Hij antwoordde: Vrees niet, we hebben er een andere verzoening voor in de plaats. Hij vroeg: wat dan? Hij zei tot hem: ‘Barmhartigheid wil Ik, geen offers’(Hos. 6:6)’.” (Avot de-Rabbi Natan, B8)

Jezus’ daad moet gezien worden binnen een brede stroom van ongenoegen, als niet te miskennen protest tegen het misbruik van de tempel–‘huis van gebed’—om economische, financiële en politieke redenen.

Volgens het Marcusevangelie gaat Jezus opvallend fel tekeer. De scène speelt zich af op het tempelplein, het zogenaamde voorhof van de heidenen, niet in de tempel zelf (zie ACHTERGRONDINFORMATIE). Jezus’ optreden is een kritiek op de corrupte tempelpraktijk, niet op de eredienst in de tempel zelf. Het gaat er hem juist om dat de heiligheid van de tempel en daarmee de heiligheid van de cultus aangetast wordt door praktijken eromheen. Er hing geen ‘geur van heiligheid’ op het tempelplein.

In Marcus zien we een woedende Jezus. Hij maakt een zweep van touwen en ranselt iedereen van het tempelplein weg. Ook runderen en schapen. De tafels van de geldwisselaars schopt hij met geld en al omver. De woorden die hij tijdens zijn actie uitschreeuwt:‘Staat er niet geschreven: “Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn?” refereren aan de woorden van de profeten Jesaja en Jeremia.

Jezus verdedigt zijn daden door te wijzen op het feit dat de tempel bedoeld is als gebedshuis voor alle volken. De profeet Jesaja had aangekondigd, dat in het komende Messiaanse vrederijk de tempel er niet alleen zal zijn voor het volk Israël, maar voor alle volken (Jes. 56,6-7):

“En de vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden
om hem te dienen en zijn naam lief te hebben,
om dienaar van de HEER te zijn
– ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt,
ieder die vasthoudt aan mijn verbond –,
hem breng ik naar mijn heilige berg,
hem schenk ik vreugde in mijn huis van gebed;
zijn offers zijn welkom op mijn altaar.
Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken.”

De profeet Jeremia protesteert tegen het onrecht in het land (Jer. 7,4-11):

“Vertrouw niet op die bedrieglijke leus: ‘Dit is de tempel van de HEER! De tempel van de HEER! De tempel van de HEER!’ Als jullie je leven werkelijk beteren, als jullie elkaar rechtvaardig behandelen, vreemdelingen, wezen en weduwen niet onderdrukken, in dit land geen onschuldig bloed vergieten en niet achter andere goden aanlopen, jullie onheil tegemoet, dan mogen jullie hier blijven wonen, in dit land dat ik jullie voorouders gegeven heb. Zo is het altijd geweest, zo zal het dan altijd zijn. Maar jullie vertrouwen op die bedrieglijke leus, en dat zal je niet baten. Jullie stelen, moorden, plegen overspel en meineed, branden wierook voor Baäl en lopen achter andere goden aan, die jullie eerst niet kenden. En toch durven jullie, terwijl jullie al die gruweldaden plegen, voor mij te verschijnen in deze tempel, het huis waaraan mijn naam verbonden is, met de gedachte: Ons kan niets gebeuren! Denken jullie soms dat het huis dat mijn naam draagt een rovershol is? Ik zie wel degelijk wat jullie doen – spreekt de HEER.”

Een derde tekst die meespeelt is uit het boek Zacharia. In Zacharia 14 schetst de profeet het aanbreken van het koninkrijk van God. De volken die Jeruzalem belagen zullen voortaan naar Jeruzalem komen om de Heer van de hemelse machten als koning te vereren en het Loofhuttenfeest te vieren (Zach. 14,16).

“Alle kookpotten in Jeruzalem en Juda zullen aan de HEER van de hemelse machten gewijd zijn; ieder die wil offeren, kan ze gebruiken om er zijn offer in te bereiden. Als die tijd aanbreekt, zullen er nooit meer handelaars zitten in de tempel van de HEER van de hemelse machten.” (Zach. 14,20-21)

Met zijn optreden in de tempel plaatst Jezus zich in de profetische traditie waarin zorg om de heiligheid van de eredienst, gerechtigheid, trouw aan de geboden en het uitzien naar Gods koninkrijk over heel de aarde samengaan.

Materiaal

Voor ieder het blad met teksten; papier en pennen; flap-over of whiteboard en stiften; bijbels.
Werkwijze

Deel aan de aanwezigen het blad met teksten uit.
Lees samen TEKST 1.
Loop met de aanwezigen het verhaal door. Vertel kort over de gang van zaken rond de tempel (zie ACHTERGRONDINFORMATIE).
Op het tekstblad staat een aantal stellingen over Jezus (tekst 2). Laat de aanwezigen voor zichzelf de stelling kiezen die volgens hen het beste past bij de Marcustekst of die henzelf het meest aanspreekt. Verdeel vervolgens de groep in subgroepjes, volgens de lijnen van de gekozen stelling of anderszins (twee- of viertallen; hangt af van het aantal deelnemers).
Iedere groep zoekt argumenten voor zijn stelling. Daarvoor kan o.a. gebruik gemaakt worden van de teksten die Marcus citeert (tekst 3-4) of zijn verhaal op een andere manier illustreren of ondersteunen (tekst 5-7). Iedere groep kiest een woordvoerder en schrijft zijn stelling plus argument (‘Jezus was…, omdat…’) op de flap-over of whiteboard. De woordvoerder van groep 1 krijgt kort (!) gelegenheid zijn stelling te verduidelijken. Hierna mogen hem twee (niet meer!) tegenargumenten of kritische vragen voorgelegd worden. De woordvoerder beantwoordt deze; ruggespraak met andere groepsleden is toegestaan. Hierna is groep 2 aan de beurt, enzovoort.
Aan het eind vat de gespreksleider de discussie kort samen. Zijn er deelnemers van mening veranderd? Heeft de discussie hun beeld van Jezus veranderd?
Varianten:

Werk met een hoofdvraag: wat vindt u van Jezus’ optreden zoals Marcus dat beschrijft? Valt het volgens u onder de noemer ‘gewelddadige actie’? Waarom wel of niet? Vindt u een actie als deze gerechtvaardigd (Inhoudelijk? Wat methode betreft?) Zijn er parallellen te trekken met andere acties in de geschiedenis of acties in onze tijd? Hoe beïnvloedt dit verhaal uw beeld van Jezus?
Extra’s

Werken met beeldmateriaal. Op internet zijn afbeeldingen te vinden op de website De Bijbel in de Nederlandse cultuur (WWW.BIJBELENCULTUUR.NL).
Een bruikbaar boek is L. Goosen: Van Andreas tot Zacheüs; thema’s uit het Nieuwe Testament en de apocriefe literatuur in religie en kunsten (Amsterdam: Boom, 1999)
ISBN 9061685796/ 9789061685791
Werken met film. In een aantal films is de tempelreiniging verbeeld (b.v. Jésus de Montreal, Vangelo secondo Matteo). Voor recensies en boekjes over films plus filmkijken zie de site van de KFA filmbeschouwing: WWW.KFA-FILMBESCHOUWING.NL/
Achtergrondinformatie

De tempel: het centrum van het jodendom

De tempel was voor de joden, dus ook voor Jezus, het hart van Jeruzalem en de heiligste plaats van hun leven. Maar die ‘heiligheid’ werd besmeurd en verontreinigd door allerlei misbruiken, gesjacher en politiek gekonkel. Flavius Josephus, een Joodse geschiedschrijver uit de eerste eeuw van onze jaartelling, documenteerde de val van Jeruzalem en de ondergang van de Tempel. In zijn opinie zijn radicale politiek-religieuze groepen als de Zeloten verantwoordelijk voor de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen in het jaar 70. Zo vertelt hij over de moord op de hogepriester Jonathan en andere begane moorden door deze radicalen. In De Joodse Oorlog stelt hij zelfs dat het joodse volk het best af is wanneer het zich eensgezind schikt onder de Romeinse overheersing. Wat we echter moeten bedenken is dat Josephus bepaald geen onafhankelijk verslaggever is. Afkomstig uit priesterkringen, leidde hij in het begin van de Joodse opstand (66-70) de Joodse troepen in Galilea tegen de Romeinen. Nadat hij krijgsgevangen gemaakt was koos hij de zijde van de Romeinen en verkeerde in kringen rond de keizer. In het jodendom is hij daarom op de eerste plaats als verrader gezien. Zijn boeken geven echter wel het meest gedetailleerde verslag van de geschiedenis van de Joden in de tijd van Jezus dat we hebben.

Uit Josephus’ boek De Joodse Oorlog (5:184-247)en de Misjna (traktaat Middot) weten we het een en ander over de tempel. Koning Herodes de Grote had in 18 of 19 v.Chr. de tempel laten uitbreiden en verfraaien. De Klaagmuur of Westmuur is het enige deel dat nog van dat tempelcomplex over is.
Wanneer men in Jezus’ tijd de trappen van het tempelplein opliep kwam men eerst op een groot plein, waar iedereen mocht komen. Dit plein heette het ‘voorhof van de heidenen’. Het was alleen joden toegestaan om de eigenlijke tempel te betreden. Niet-joden riskeerden bij overtreding de doodstraf.
Het eerste voorhof van de eigenlijke tempel werd het ‘voorhof van de vrouwen’ genoemd, omdat ook joodse vrouwen dit mochten betreden. Als men verder doorliep ging men door de Nicanorpoort naar het ‘voorhof van de priesters’, waartoe alleen mannen toegang hadden. Daar stond het brandofferaltaar en het koperen wasvat. Als men de trappen naar de tempel zelf opliep kwam men eerst in een voorhal. In dit ‘Heilige’ mochten alleen de priesters komen. Een voorhangsel bood toegang tot het ‘Heilige der heiligen’, de achterste ruimte, die leeg was omdat de Ark van het verbond al in de tijd van de verwoesting van de eerste tempel door de Babyloniërs (587 voor Chr.) was verdwenen.

In Jezus’ tijd was de tempel het hart van het jodendom, ook voor joden die ver van Judea woonden. Voor al deze mensen moet het een bijzondere ervaring geweest zijn, op het tempelterrein zo dicht bij God aanwezig te zijn. Het hele tempelterrein was heilige grond, gewijd aan de aanwezigheid van God en aan de dienst van God. Daarom moest dit ook op een bijzondere wijze gestalte gegeven worden, door te bidden of te offeren.

De tempel als economisch centrum

Alle Joden betaalden tempelbelasting. Zoals wij in Zwitserland of Amerika niet met euro ‘s kunnen betalen, zo konden Joden uit Rome (of andere landen) hun bijdrage aan de tempel niet met de Griekse of Romeinse munten (met het beeld van de keizer er op!) betalen. Deze moesten gewisseld worden voor sjekels, de lokale munt. Op het terrein van het tempelcomplex in Jeruzalem waren daarom geldwisselaars actief. Die wogen de verschillende vreemde munten na deze eerst te hebben gewogen probeerden er zelf ook beter van te worden.

De bezoekers van de tempel die een offer kwamen brengen, konden moeilijk hun offerdieren en andere offerwaar van huis meenemen. Op het tempelcomplex waren handelaren die deze verkochten. Van hen kocht je het dier dat je wilde offeren en dit bracht je naar de tempel. De armen die geen geld bezaten om een groter dier voor hun offer te kopen, mochten een duif offeren, daarom werden die hier ook verkocht. Ook bij deze handel gold de wet van vraag en aanbod: liep de vraag naar een bepaald product op, dan steeg de prijs. De handel bij de tempel leverde vaak flinke winst op.

Dat in de buurt van de tempel handel gedreven werd om het bezoekers mogelijk te maken een offer te brengen is op zich te begrijpen. Waar critici zich kwaad over maakten waren de vaak oneerlijke handel en het feit dat de handel zich niet afspeelde bij de tempel, maar op het tempelterrein zelf, in de voorhof van de heidenen. De handelaren leken zichzelf te beschouwen als ook in de heilige dienst te staan en daarom ook hun werk te mogen verrichten binnen de muren van de voorhof. Alle activiteiten in de voorhof werden georganiseerd door de priesterklasse, in het bijzonder door de hogepriesterlijke familie. Zo waren de kramen en het verdere meubilair het eigendom van de zonen van de hogepriester Annas. Dit deed het gezag van de hogepriesterlijke familie geen goed.

Verder lezen

K. Armstrong, Jeruzalem (Amsterdam: De Bezige Bij, 2006), ISBN: 9789023422655
P.J. Tomson, ‘Als dit uit de Hemel is…’; Jezus en de schrijvers van het Nieuwe Testament in hun verhouding tot het Jodendom ( Hilversum / Zoetermeer, Folkertsma Stichting / Boekencentrum, 42001) ISBN: 9023906217
L. Goosen, Van Andreas tot Zacheüs: thema’s uit het Nieuwe Testament en de apocriefe literatuur in religie en kunsten (Amsterdam: Boom, 1999) ISBN: 9061685796 of 9789061685791
Teksten

Tekst 1

Ze kwamen in Jeruzalem. Hij (Jezus) ging de tempel binnen en begon iedereen die daar iets kocht of verkocht weg te jagen; hij gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver, en hij liet niet toe dat iemand voorwerpen over het tempelplein droeg. Hij hield de omstanders voor: ‘Staat er niet geschreven: “Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn”? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’ De hogepriesters en de schriftgeleerden hoorden wat er gebeurd was en zochten naar een mogelijkheid om hem uit de weg te ruimen; ze waren bang voor hem, omdat het hele volk in de ban was van zijn onderricht. Nadat de avond gevallen was, gingen Jezus en zijn leerlingen weg uit de stad.

Marcus 11,15-19
Tekst 2

Stelling 1: Jezus was een sociaal bewogen man die opkwam voor de armen en zich afzette tegen de aristocratie. Het ging hem vooral om de sociale ongelijkheid en uitbuiting.

Stelling 2: Jezus was een revolutionair, die net als de Hasmoneeën de tempel wilde heroveren door een opstand te ontketenen. De tempel moet gereinigd worden!

Stelling 3: Jezus was een zeer religieuze jood. Het ging hem voornamelijk om de heiligheid van de tempel die werd geschonden. Zaken als reinheid en onreinheid zijn zeer belangrijk voor hem.

Stelling 4: Jezus verkondigde het Rijk Gods. Hij gelooft dat het Koninkrijk van God nabij is. De tempel moet voor deze eindtijd gereed gemaakt worden, wanneer de rechtvaardigen uit alle volkeren naar Jeruzalem zullen trekken, om daar de God van Israël te loven.
Tekst 3

“En de vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden
om hem te dienen en zijn naam lief te hebben,
om dienaar van de HEER te zijn
– ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt,
ieder die vasthoudt aan mijn verbond –,
hem breng ik naar mijn heilige berg,
hem schenk ik vreugde in mijn huis van gebed;
zijn offers zijn welkom op mijn altaar.
Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken.”

Jesaja 56,6-7

Tekst 4

“Vertrouw niet op die bedrieglijke leus: ‘Dit is de tempel van de HEER! De tempel van de HEER! De tempel van de HEER!’ Als jullie je leven werkelijk beteren, als jullie elkaar rechtvaardig behandelen, vreemdelingen, wezen en weduwen niet onderdrukken, in dit land geen onschuldig bloed vergieten en niet achter andere goden aanlopen, jullie onheil tegemoet, dan mogen jullie hier blijven wonen, in dit land dat ik jullie voorouders gegeven heb. Zo is het altijd geweest, zo zal het dan altijd zijn. Maar jullie vertrouwen op die bedrieglijke leus, en dat zal je niet baten. Jullie stelen, moorden, plegen overspel en meineed, branden wierook voor Baäl en lopen achter andere goden aan, die jullie eerst niet kenden. En toch durven jullie, terwijl jullie al die gruweldaden plegen, voor mij te verschijnen in deze tempel, het huis waaraan mijn naam verbonden is, met de gedachte: Ons kan niets gebeuren! Denken jullie soms dat het huis dat mijn naam draagt een rovershol is? Ik zie wel degelijk wat jullie doen – spreekt de HEER.”

Jeremia 7,4-11
Tekst 5

“Alle kookpotten in Jeruzalem en Juda zullen aan de HEER van de hemelse machten gewijd zijn; ieder die wil offeren, kan ze gebruiken om er zijn offer in te bereiden. Als die tijd aanbreekt, zullen er nooit meer handelaars zitten in de tempel van de HEER van de hemelse machten.”

Zacharia 14,20-21
Tekst 6

“Een voorval met onze meester Jochanan ben Zakkai: Hij was onderweg toen Rabbi Josjoea achter hem aanliep en zei: Wee ons, want het Huis (de Tempel) is verloren gegaan, en daarmee de plaats die onze zonden verzoende! Hij antwoordde: Vrees niet, we hebben er een andere verzoening voor in de plaats. Hij vroeg: wat dan? Hij zei tot hem: ‘Barmhartigheid wil Ik, geen offers’(Hos. 6:6)’.”

(Avot de-Rabbi Natan, B8)
Tekst 7

Judas en zijn broers zeiden: ‘Onze vijanden zijn verslagen. Laten we het heiligdom reinigen en het opnieuw inwijden.’

De hier beschreven gebeurtenissen spelen zich af na de overwinning van Joodse opstandelingen onder leiding van Judas Maccabeüs op de Griekse heerser Antiochos IV in 164 v. Chr. Antiochos had van de tempel in Jeruzalem een heiligdom van Zeus gemaakt als onderdeel van zijn campagne om zijn gebied te Helleniseren.

Het hele leger verzamelde zich en ging op weg naar de Sion. Daar zagen ze hoe verlaten het heiligdom er bij lag. Het altaar was ontwijd, de poorten waren verbrand en de voorhoven waren met onkruid overwoekerd, als in een bos of in de bergen. De vertrekken van de priesters waren vervallen. Judas en zijn mannen scheurden hun kleren en begonnen luid te jammeren. Ze gooiden stof over hun hoofd en wierpen zich op de grond. Ze bliezen op de trompetten en riepen de hemel aan. Vervolgens wees Judas een groep mannen aan die het garnizoen in de citadel op een afstand moest houden totdat het heiligdom gereinigd was. Hij koos wetsgetrouwe priesters uit van onbesproken gedrag, die het heiligdom reinigden en de stenen die het altaar ontwijd hadden afvoerden naar een onreine plaats. Ze overlegden wat ze met het ontwijde brandofferaltaar moesten doen en besloten – terecht – het neer te halen, zodat het hun niet tot schande zou strekken nu het door vreemde volken verontreinigd was. Ze haalden het altaar dus neer en legden de stenen op een geschikte plaats op de tempelberg tot er een profeet zou komen die wist wat ermee moest gebeuren. Daarna namen ze ongehouwen stenen, zoals de wet voorschrijft, en bouwden een nieuw altaar, precies als het vorige. Ze brachten het heiligdom en de ruimten in de tempel in de oude staat terug en heiligden de voorhoven. Ze maakten nieuw tempelgerei en zetten de lampenstandaard, het reukofferaltaar en de tafel van de toonbroden in de tempel. Ze brandden reukwerk op het altaar en staken de lampen aan, die voortaan weer in de tempel brandden. Ze legden toonbroden op de tafel en hingen de voorhangsels op. Daarmee was het werk dat ze ondernomen hadden voltooid.

1 Maccabeeën 4,36-58

De Bijbelteksten in dit document zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
© Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007

Over een klein gebod uit de Tora: “Als u onderweg een vogelnest vindt…”

Over een klein gebod uit de Tora
“Als u onderweg een vogelnest vindt…”

“Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan.”

(Matteüs 5,17-19)

Inleiding

In het jodendom staan de Tora en de manier waarop je die in het dagelijkse leven in praktijk brengt centraal. Daarbij gaat het niet alleen om grote geboden als het liefhebben van God en de naaste, maar om alle ge- en verboden, ook die welke betrekking hebben op alledaagse zaken als kleding en voedsel. Net als Jezus zelf hielden ook zijn eerste volgelingen zich aan de voorschriften van de Tora, zoals die in hun tijd geïnterpreteerd werden (zie te tekst uit het Matteüsevangelie). Toen echter niet-Joden tot de christelijke gemeenschap toetraden kwam de vraag op in hoeverre ook zij zich aan alle geboden moesten houden. Met name de besnijdenis en de voedselvoorschriften (de kasjroet) werden onderwerp van discussie. Paulus hield een pleidooi om niet-Joodse christenen vrij te stellen van deze voorschriften. Zijn argumenten met betrekking tot de Tora, of misschien beter: de manier waarop zijn argumenten geïnterpreteerd werden, hebben bijgedragen tot het bij veel christenen levende negatieve beeld van Joods ‘wetticisme’ tegenover christelijk ‘geloof’. Christenen bleven vasthouden aan de belangrijkste Bijbelse geboden (‘de tien geboden’). Maar de uitwerking van alle 613 bijbelse geboden in een stelsel van interpretaties (de ‘mondelinge Tora’) en regels (‘halacha’) werd het exclusieve domein van het jodendom.

Vooral de laatste decennia zijn in het christendom de belangstelling en het begrip voor het eigene van het jodendom gegroeid. Veel katholieken herkennen in de rol van voorschriften in het dagelijks leven ook iets van het katholicisme van voor 1970, toen het ritme van het dagelijks leven bepaald door het ritme en de voorschriften van het kerkelijk jaar. Vaak werden die als dwingend ervaren. Maar intussen groeit ook het inzicht dat (religieuze) regels en rituelen het dagelijks leven verdiepen en verrijken.

In de tekst van Matteüs spreekt Jezus over het belang van zelfs het kleinste gebod. Daarom verkennen we in deze bijdrage ‘klein’ en voor de meesten van ons onbekend bijbels gebod, om te ontdekken welke betekenis het misschien ook voor ons kan hebben. We gaan daarbij onder andere te rade bij enkele bekende Joodse commentatoren.

Materiaal

Voor ieder het blad met teksten; papier en pennen; Bijbels.
Werkwijze

Deel aan de aanwezigen het blad met teksten uit.
Lees samen tekst 1. Wat zegt de tekst precies? Gebruik tekst 2 (uit de Talmoed) eventueel als leeshulp. Probeert u bij het lezen ook de situatie voor te stellen: u bent (te voet) onderweg van A naar B, u hebt honger en kunt niet zo gemakkelijk aan eten komen.
Leg uit dat dit kleine gebod van Deuteronomium 22,6-7 ingebed is in een hele weefsel van geboden dat je in de boeken Exodus-Deuteronomium vindt. Onze tekst staat niet op zichzelf. In Joodse commentaren wordt een verband gelegd tussen Deuteronomium 22,6-7 en Leviticus 22,28. Het principe dat de ene Bijbeltekst te maken heeft met de andere en dat de ene tekst de andere uitlegt vinden we in zowel het jodendom als het christendom.
Lees plenair tekst 3 (Leviticus 22,28); lees eventueel ook de context (Bijbel).
Afhankelijk van het aantal deelnemers leest en bespreekt u de commentaren van Maimonides en Nachmanides (tekst 4-5) in groepen of plenair. Gebruik hiervoor de vragen bij deze teksten (zie tekstbladen).
Aansluitend op of ter vervanging van de tekstbespreking schrijven de deelnemers in groepjes een brief aan de minister van Landbouw om te pleiten voor veranderingen in de bio-industrie. Gebruik in de brief de argumenten van Maimonides en/of Nachmanides. Andersom kan ook: stel dat u een dierenwinkel of boerderij hebt en de plaatselijke Dierenbescherming ervan wilt overtuigen dat u uw dieren goed behandelt. Gebruik in uw brief de argumenten uit de teksten.
Extra’s

U kunt eventueel nog een van de volgende kwesties aan de orde stellen:

Joodse commentatoren wijzen erop op dat er in de Tora twee geboden zijn waarbij gezegd wordt dat je een lang leven zult hebben als je je er aan houdt. Het gaat om het gebod uit Deuteronomium 22,6 en het gebod je vader en moeder te eren (Exodus 20,12 en Deuteronomium 5,16). Waarom zou het idee dat je lang zult leven juist bij deze twee geboden staan? Wat zou volgens u het verband kunnen zijn tussen die twee?
In het christendom is over het algemeen meer onderscheid gemaakt tussen mens en dier. De kerkvader Augustinus (345-430) bijvoorbeeld benadrukt dat dieren onderworpen zijn aan de mens. Thomas van Aquino (1225-1275) zegt dat schepping geordend is volgens een bepaalde hiërarchie, waarbij de mens bovenaan staat. De mens staat boven het dier, omdat dieren uitsluitend vanuit hun instinct handelen, terwijl mensen handelen vanuit hun vermogen om te denken. Leg hiernaast de opvatting van Maimonides (tekst 4).
In de christelijke traditie kennen we teksten, verhalen of personen die spreken van een andere visie op dieren dan die van Thomas. Kunt u daarvan voorbeelden noemen? (Denk bijvoorbeeld aan het bekende verhaal van Franciscus van Assisi en de wolf van Gubbio: zie WWW.CASA-IN-ITALIA.COM)
Verder lezen

Zie voor basisinformatie over Bijbel in jodendom en christendom en schriftelijke en mondelinge Tora, die HET SPECIALE DOSSIER.
Over jodendom en milieubehoud zie: Jonathan Sacks, Leven met verschil. Menswaardige verscheidenheid in een tijd van botsende culturen (Zoetermeer: Meinema/Kapellen: Pelckmans, 2005; ISBN 90-211-4081-0), blz. 208-226.
Teksten
Tekst 1

“Als u onderweg toevallig een vogelnest vindt in een boom of op de grond, een nest waarin een vogel op haar jongen of haar eieren zit, dan moet u het moederdier zelf ontzien als u het nest mocht uithalen. De jongen mag u meenemen, maar de moeder moet u in elk geval laten gaan. U zult er wel bij varen, een lang leven zal u beschoren zijn.”

(Deuteronomium 22,6-7)

Tekst 2

“Als u onderweg toevallig een vogelnest vindt” – dit sluit een vogelnest dat binnen handbereik ligt uit.”

(Babylonische Talmoed, traktaat Chullin 139a; Sifrei 22:55)

“…een nest waarin een vogel op haar jongen of haar eieren zit, dan moet u het moederdier zelf ontzien” – maar als ze daarboven vliegt, dan mag je haar pakken van haar jongen.”

(Babylonische Talmoed, traktaat Chullin 140b)

Tekst 3

“Een rund, schaap of geit mag niet worden geslacht op dezelfde dag als een eigen jong.”

(Leviticus 22,28)

Tekst 4

“De pijn van dieren in zulke omstandigheid is uitermate groot, want er is geen verschil tussen de pijn van mensen en die van andere levende wezens. De liefde en tederheid van de moeder voor haar kinderen komt immers niet voort uit het vermogen om te denken, maar uit de het vermogen je in te leven, een vermogen dat niet alleen de mens maar de meeste levende wezens hebben. (…).

Wat betreft het voorschrift dat we de moeder moeten laten wegvliegen wanneer we het jong pakken [Deuteronomium 22,6]: de eieren waarop de moeder zit en de jongen die hun moeder nodig hebben zijn over het algemeen ongeschikt als voedsel. Wanneer de moeder dus weggestuurd is ziet ze niet dat haar jongen gepakt worden en voelt ze geen pijn. Meestal zal dit voorschrift echter de mens ertoe brengen het hele nest onberoerd te laten, omdat [de jongen of de eieren] die hij mag nemen in de regel ongeschikt zijn als voedsel.

Als de Wet zegt dat we vee of vogels een dergelijk leed niet mogen aandoen, hoeveel te meer moeten we ervoor zorgen dat we onze medemens geen leed te berokkenen.”

(Maimonides (Mosje ben Maimon, afgekort ‘Rambam’, 1135-1204),
Gids voor de verdoolden, deel III, hoofdstuk 48.)

Tekst 5

“Dit gebod [Deuteronomium 22,6-7] is ook een uitleg van het gebod dat je de moeder en het jong niet beide op dezelfde dag mag doden (Leviticus 22,28). De reden voor beide geboden is dat we niet wreed maar barmhartig moeten zijn. Ook verbiedt de Schrift ons een soort uit te roeien, hoewel het ons toegestaan is exemplaren van de soort te doden [als voedsel]. Maar als je de moeder en het jong op dezelfde dag doodt of hen wegneemt wanneer ze vrij zijn om te vliegen, dan is het alsof je de soort uitroeit.”

(Nachmanides (Mosje ben Nachman, afgekort ‘Ramban’, 1194-1270),
Commentaar op de Tora)

Vragen bij tekst 4 en 5:

Wat is het (belangrijkste) argument in elk van deze commentaren? Welk argument spreekt u het meest aan?
Waar bent u het oneens met de tekst?
Welke van deze ideeën zijn volgens u eventueel nog steeds van belang voor denken over natuurbehoud en onze omgang met dieren? Of vindt u dat deze teksten eigenlijk achterhaald zijn? Waarom is dat dan zo, volgens u?
De Bijbelteksten in dit document zijn ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling,
© Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007

Impulsdag in Tilburg Van Saulus tot Paulus

De kerkelijke kalender in Nederland kent sinds afgelopen jaar een nieuw evenement: de Dag van het Jodendom. Het is de bedoeling dat deze datum – 17 januari – een vaste plek in de jaaragenda’s van parochies en religieuze instituten gaat krijgen. Om bij de lokale invulling van de Dag van het Jodendom 2009 te helpen, wordt op vrijdag 26 september in de Liberaal-Joodse synagoge van Tilburg een impulsdag gehouden.

Aanmelden is helaas niet meer mogelijk.

Deze impulsdag is een initiatief van de Bisschoppenconferentie en wordt door de Katholieke Raad voor Israël (KRI) en het bisdom Den Bosch uitgevoerd. Geïnteresseerden uit het hele land zijn welkom. De organisatoren denken daarbij vooral aan leden van pastorale teams, werkgroepen catechese en leiders van plaatselijke bijbelgroepen. Tijdens de impulsdag wordt vooruitgekeken naar het thema van de Dag van het Jodendom 2009 en worden handreikingen gegeven om daar op het lokale niveau mee aan de slag te gaan.

Paulusjaar

Het thema van de eerstvolgende Dag van het Jodendom luidt: ‘Hoe gaan joden en katholieken om met de Schrift?’. Het thema raakt daarmee niet alleen aan belangrijke kernwaarden uit het jodendom en het christendom, maar sluit ook naadloos aan bij het Paulusjaar dat dit jaar in de katholieke Kerk wordt gevierd.

Tijdens de impulsdag zal er daarom ook veel aandacht zijn voor Paulus. Zo begint de dag met een inleiding door Bart Koet over ‘Het grote gebod bij Paulus’. Koet is docent exegese aan de Faculteit Katholieke Theologie en lid van de begeleidingscommissie Jodendom van de Bisschoppenconferentie. Daarna spreekt KRI-voorzitter Jaap van der Meij over ‘Rechtvaardiging van het geloof’ naar aanleiding van de Galatenbrief van Paulus.

Lokaal ingevuld

Het middagprogramma is gereserveerd voor workshops over hoe parochies invulling kunnen geven aan de Dag van het Jodendom, welke liturgie- en preeksuggesties daarbij passen, welke joodse organisaties er in Nederland zijn en hoe parochies daarmee in contact kunnen komen, alsmede enkele workshops over de persoon van Paulus. Aan het einde van de dag zal iemand van de Joodse gemeenschap iets vertellen over de zeer bijzondere locatie waar deze dag wordt gehouden. De Liberale Joodse gemeente Brabant heeft namelijk zijn synagoge in Tilburg voor ons beschikbaar gesteld.

De dag is nadrukkelijk bedoeld om de Dag van het Jodendom meer bekendheid te geven bij parochies en lokale kerkelijke groepen. De eerste Dag van het Jodendom werd dit jaar op 17 januari gehouden met een bezoek van de Nederlandse bisschoppen aan het Joods Historisch Museum en de Portugese Synagoge in Amsterdam. Komend jaar is het de bedoeling dat de dag vooral lokaal ingevuld wordt.

De datum 17 januari als Dag van het Jodendom is overigens niet toevallig gekozen: het is namelijk de dag vóór het begin van de internationale Week van Gebed voor de Eenheid van de Christenen. Met de keuze voor die datum willen de bisschoppen uitdrukken niet alleen een goede relatie met de diverse christelijke kerken te willen onderhouden, maar ook veel waarde te hechten aan een goede band met het jodendom, waaruit het christendom is voortgekomen.

Programma van 26 september:

11.00: Ontvangst en welkomstwoord
11.15: Inleiding door Bart Koet: Het grote gebod bij Paulus
11.45: Inleiding door Jaap vd Meij: Rechtvaardiging door het geloof
12.15: Samenvatting / stellingen / vragen van publiek / uitleg van het middagprogramma.
12.30: Lunch (Koosjer)
13.30: Workshop (2 rondes) .

De zeven workshops waaruit u kunt kiezen:
1) Dag van het Jodendom (Roman Gruijters);
2) Preek- / liturgiesuggestie;
3) Pastorale consequenties van het Midden-Oosten-conflict (Tineke de Lange);
5) Paulus eindelijk begrepen (Joop Smit);
6) Het grote gebod bij Paulus (Bart Koet);
7) Hoe christelijk is de Joodse Paulus ?(Jaap v.d. Meij)

14.30: Wisseling / 2 e ronde workshops
15. 35: Afsluiting /presentatie over de synagoge

Waar vindt de Impulsdag plaats?

De Liberale Joodse gemeente Brabant heeft hun synagoge in Tilburg voor ons beschikbaar gesteld. Dit is natuurlijk een zeer toepasselijke en sfeervolle locatie.

Het adres is Willem II straat 20, 5038 BG Tilburg (vlakbij het station)

Aanmelden voor de impulsdag kan via deze sites of door te schrijven / mailen: Katholieke Raad voor Israël, Postbus 13049, 3507 LA Utrecht / R.A.GRUIJTERS@RKK.NL.

Materialen en Activiteiten 2008

De dag van het Jodendom wordt in 2008 voor de eerste keer in Nederland gehouden. Het is daarom goed terug te kijken: wat is er de laatste 40 jaar veranderd in de relatie tussen de kerk en de Joden? Met welke ogen kijken we nu? Op welke manier kun je deze “nieuwe kijk op het oude volk” in de parochie aan de orde stellen? Op een aantrekkelijke manier? Deze site geeft tal van suggesties. Voor elke parochie is er wel iets te vinden.

Tip. Vijf tips voor preek en catechese
wanneer het jodendom of de joodse achtergrond van Jezus ter sprake komt.

In elk van onderstaande rubriek staan activiteiten met diverse graden van moeilijkheid. Suggesties met één ster (*) zijn gemakkelijk, voor zowel de deelnemers als de organisatoren. Bij vijf sterren gaat het om een activiteit voor gevorderden.

1. DE NIEUWE KIJK OP DE RELATIE
Sommigen herinneren zich hoe het Tweede Vaticaans concilie een keerpunt betekende ook in de relatie tussen de kerken en het Joodse volk. Maar sindsdien is de ontwikkeling pas goed op gang gekomen. Met suggesties voor (pastorale) groepsgesprekken.

2. KUNST EN CULTUUR
In de moderne wereld hebben Joodse kunstenaars een belangrijke plaats veroverd in de beeldende kunsten en architectuur. Met suggesties voor Chagal, Rembrandt en Jeroen Bosch en hun verbeelding van het jodendom; over joodse muziek, dans, spel en cabaret.

3. EXCURSIES
Bezoek aan een Sjoel (synagoge), diverse musea als het Joods Historisch Museum, Museumpark Orientalis en het Anne Frank Huis; bezoeken aan joodse organisaties; activiteit voor jongeren.

4. HET JOODS LEVEN THUIS
Aangezien het gezin en de familie zo belangrijk zijn binnen het Jodendom, is het ook een leuk idee om eens kennis te maken met het Joodse religieuze leven bij Joodse mensen thuis: de vrouw in het Joodse leven, Sjabbat en de Kasjroet.

5. FILMAVOND
Het is natuurlijk ook een heel leuk idee om mensen met behulp van beeldmateriaal kennis te laten maken met het Jodendom. Met suggesties voor filmavonden, documentaires en speciale programma’s voor tieners en jongeren.

6. HERDENKEN EN VIEREN
In de Joodse godsdienst spelen feesten, zoals Pesach, Poeriem en Jom Kippoer een belangrijke rol. Om u deelgenoot te maken van het rijke Joodse leven noemen we een aantal activiteiten, die u ermee laten kennis maken.

7. BEZINNING EN STUDIE
Centraal in de Joodse traditie staat de studie van de Thora, vaak aangeduid met het Jiddische woord ‘lernen’. Het gezamenlijke leren vindt bij uitstek plaats in het leerhuis. Suggesties voor studie, uitwisseling en discussies.

8. OVERIGE ACTIVITEITEN
Deze laatste rubriek behandelt een aantal activiteiten die wij bewust niet op de voorgrond hebben geplaatst. Dit betekent echter niet dat wij deze activiteiten onbelangrijk vinden, integendeel zelfs.

9. WERKMATERIAAL JODENDOM
Speciaal ontiwkkeld werkmateriaal van de Katholieke raad voor Israël (KRI) en anderen. Thema’s als Tijd, Bijbel en Hoop.

10. BELANGRIJKE WEBSITES
Een overzicht van belangrijke en interessante websites in binnen- en buitenland over het Jodendom en de relatie Jodendom-Christendom.

Eigen suggesties

Heeft u zelf suggesties of leuke ervaringen, LAAT HET ONS WETEN. Wellicht ziet u uw eigen idee terug op deze site zodat ook anderen hier hun voordeel mee kunnen doen.

Interview voorzitter KRI over Dag van jodendom Met nieuwe ogen kijken naar het ‘oude volk’

Op 17 januari 2008 houdt de katholieke kerk in Nederland voor de eerste keer de ‘Dag van het Jodendom’. Thema van dit eerste jaar is ‘Met nieuwe ogen’. De dag van het jodendom is ingesteld door de Nederlandse bisschoppen. In de praktische uitvoering worden zij met raad en daad gesteund door de Katholieke Raad voor Israël, de RK instelling voor de religieuze betrekkingen met het jodendom. Als voorzitter van deze Raad is Jaap van de Meij nauw betrokken bij de inhoudelijk voorbereiding. “We kunnen ons eigen geloof niet goed begrijpen zonder enig benul van de joodse achtergronden.” Een interview over deze bijzondere dag, het thema en zijn eigen betrokkenheid bij kerk en jodendom.

Wat is de reden om jaarlijks een ‘Dag van het Jodendom’ te gaan houden?

“De Nederlandse bisschoppen willen met deze dag de aandacht vestigen op joodse wortels van het christelijk geloof. Dat is ongelofelijk belangrijk, maar tegelijkertijd staan er niet veel mensen bij stil. En dat moet gestimuleerd worden, vinden de bisschoppen, en vindt de Katholieke Raad voor Israël (KRI). In de verhouding tussen de katholieke kerk en het jodendom is de afgelopen 50 jaar al zeer veel veranderd. Voor het kleine groepje van ‘dialoog-experts’ is dat geen nieuws, maar voor veel mensen juist wel. Aandacht voor deze zaak is trouwens al min of meer ‘Europees’ te noemen. Landen als Italië, Oostenrijk en Polen hebben al zo’n dag ingesteld.”

Waarom is kennis van z’n joodse wortels zo belangrijk voor het christendom?

“De leerlingen van Jezus, de evangelisten, Maria, Jozef, Jezus zelf en zo goed als iedereen in zijn entourage waren vrome joden. We kunnen ons eigen geloof niet goed begrijpen zonder enig benul van de joodse achtergronden. In de tweede plaats kan een goede kennis van onze joodse wortels helpen om onze eigen christelijke traditie te zuiveren van anti-joodse sentimenten die binnen geslopen zijn in de loop van de geschiedenis.”

Hoe zijn die anti-gevoelens ontstaan?

“Dat kwam door het uit elkaar groeien van kerk en synagoge. De eerste ‘christenen’, inclusief de eerste bisschoppen van Jeruzalem en Rome, waren ‘messiasbelijdende’ joden, joden die in Jezus de aan hun voorouders beloofde verlosser zagen. Deze ‘christenjoden’ wilden Jezus’ boodschap ook verspreiden onder niet-Joden: Grieken, Romeinen, Kelten en Germanen. Hierdoor is een scheuring ontstaan tussen joden en wat we nu maar ‘christenen’ noemen, en bij die ‘scheiding’ zijn lelijke woorden gevallen. Het lijkt eerst nog een familieruzie, maar als de evangeliën vermengd worden met anti-joodse sentimenten, slaat de vlam in de pan. Zestien eeuwen discriminatie tegen en vervolging van joden is het gevolg. De Tweede Wereldoorlog was natuurlijk een absoluut breekpunt. De verschrikkingen van de Vernietigingskampen deed ons christenen bewust worden van onze joodse wortels. Het verlangen om een definitief einde te maken aan de anti-joodse stroming in onze christelijke traditie is dan ook oprecht. Maar het vraag een ingrijpend proces van omvorming.”

Waarom is 17 januari als datum gekozen?

“Het zoeken naar een nieuwe verhouding met het jodendom is niet een zaak van katholieken alleen, maar van alle christenen. Het streven naar eenheid van de christenen moet gefundeerd zijn in de joodse wortels van ons geloof. Jaarlijks wordt een Bidweek voor de eenheid van de christenen gehouden, van 18 tot 25 januari. Op de dag voordat die week begint, staan we stil bij de joodse wortels, die alle christenen immers gemeenschappelijk hebben.
De PKN heeft het bijvoorbeeld anders opgelost. Zij hebben gekozen voor een zondag in het najaar met nadruk op de liturgie van die ochtend. De katholieke Dag van het Jodendom mikt meer op bezinning en studie. Dit past beter bij een dag door de week. Een vaste datum, zoals 17 januari, valt meestal niet op een zondag.”

Waarom hebben de bisschoppen niet gekozen voor een ‘Israëlzondag’?

“Protestantse vrienden vertelden dat de naam ‘Israëlzondag’ soms weerstanden oproept, omdat mensen dan denken aan de staat Israël en de politiek in het Midden-Oosten. Terwijl het gaat om de joodse godsdienst met name in Nederland. Door de naam ‘dag van het jodendom’ leggen de bisschoppen de nadruk op de religieuze kant en stimuleren ze ontmoetingen en verdieping van kennis. De bestudering van de joodse religie als bron van het christendom heeft geen politieke agenda.”

De officiële relaties tussen christendom en joden zijn verbeterd. In welke zin?

“In de verhouding van de katholieke kerk tot het jodendom kwam een keerpunt door het Tweede Vaticaans Concilie. Hier werd betoogt dat God zijn verbond met de joden nooit heeft opgezegd, los van hun geloof in Jezus. Het concilie erkende het grote gemeenschappelijke erfgoed van joden en christenen en riep op tot een dialoog. Daarna zijn ettelijke werkgroepen aan de gang gegaan. Het lijkt allemaal wat bureaucratisch, maar het resultaat is een commissie voor religieuze betrekkingen met het Jodendom. Die ontmoet regelmatig vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap uit de hele wereld rond religieuze thema’s.
Paus Johannes Paulus II heeft aan de verbetering van de verhoudingen een sterke impuls gegeven. Door zijn bezoek aan de synagoge in Rome (1986) en tal van ontmoetingen en initiatieven.”

En hoe zit dat in Nederland?

“De bisschoppen hebben bij verschillende gelegenheden vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap ontmoet. Zo groeide langzaam een klimaat van vertrouwen. In 1994 werd een Bisschoppelijke Commissie voor de betrekkingen met het Jodendom ingesteld.
In 1995 schreef het episcopaat een kort woord “Levend uit één en dezelfde wortel”, dat handelde over de joodse bedding van het christendom, en over de geschiedenis van vervreemding. Het tweede woord “Levend met één zelfde hoop” (1999) werkte vier punten van verwantschap uit: Omgang met de Schrift, Liturgie, Ethische en maatschappelijke vragen, Toekomst als Messiaanse hoop. Het derde woord “De vreugde van het leren” (2005) onderstreept het belang van ‘permanente educatie’ op dit gebied. En de feitelijke instelling van de ‘Dag van het jodendom’ is een concrete uitwerking hiervan.”

Wat zijn de oorzaken van deze verbetering?

“De leiders van de joodse gemeenschap ervaren dat de katholieke kerk nu vanuit een heel andere grondhouding de joodse gemeenschap benadert. Van beide kanten ziet men de religieuze overeenkomsten en de gemeenschappelijk zorg om de wereld. “Onze achtergronden zijn zo rijk, dat we juist de handen ineen kunnen slaan om te zoeken naar wat ons bindt, in plaats van wat ons scheidt,” aldus rabbijn Menno ten Brink begin 2007. We moeten “de discussie aan durven met elkaar over onze eigen heilige huisjes. Dat kan alleen maar op basis van vertrouwen in elkaar. Te weten dat de ander geen verborgen agenda’s heeft of mij wil bekeren”.”

Welke punten zijn nog voor verbetering vatbaar?

“De dialoog wordt gevoerd tussen kleine groepen voortrekkers aan beide kanten. De inzichten van de ontmoeting en gezamenlijke studie dringen nog te weinig door naar de achterban, in ons geval naar de parochies en de scholen. Hierdoor blijven oude voorstellingen bestaan in prediking en catechese. Daarover maken wij ons zorgen.”

Wat kunnen christenen van het jodendom leren?

“Eén van de dingen die katholieken van joden kunnen leren, is een cultuur van open debat. Maar ook een hele praktische invulling van het geloof, en de wijsheid van concrete voorschriften als leidraad voor het leven. En leven in de positie van een minderheid in een omringende cultuur die het eigen geloof niet als norm hanteert. De zorg om de wereld die in een aantal opzichten nog niet verlost is. Werken aan het ‘helen’ van de wereld. Een levende omgang met de Schrift, met name wat wij Eerste of Oude Testament noemen. De achtergronden van onze liturgie.”

Hoe kunnen we de belangstelling bij jongeren stimuleren?

“Voor jongeren is de Tweede Wereldoorlog en de jodenvervolging niet meer het vertrekpunt. Jongeren zijn veelal opgegroeid met tolerantie jegens andere etnische groepen en religies. Persoonlijke ontmoetingen met jongeren van andere religies werkt stimulerend. Op enkele plekken in Nederland gebeurt dit.”

Wat kunnen parochies doen?

“De parochies kunnen op of rond 17 januari een bepaalde activiteit organiseren. Een film draaien over een joods thema. Een spreker iets laten vertellen over een joods onderwerp. Liefst iemand die zelf joods is, eventueel een andere ‘deskundige’. Een avond rond joodse muziek of kunst. Een excursie organiseren naar een synagoge of museum. Een bepaalde bijbeltekst lezen vanuit een speciale vraagstelling. Praktische tips en nog meer ideeën zijn te vinden op een website die speciaal voor dit doel is gemaakt: www.dagvanhetjodendom.nl. Nu al staat er veel materiaal op. De komende maanden worden meer achtergronden en andere basisinfo toegevoegd. Vanaf mei 2008 wordt materiaal aangedragen voor januari 2009, zodat de parochies hiervan gebruik kunnen maken in hun jaarplanning.”

Is dialoog met moslims niet belangrijker dan met joden?

“Alle twee de dialogen zijn belangrijk en ook de samenspraak met alle drie. Zeker gezien het huidige politieke debat. Joden en christenen moeten zich niet laten uitspelen tegen de islam. Maar de dialoog met de joden blijft voor christenen van fundamenteel belang. Het gaat immers om onze eigen wortels. Soms is het goed om dingen te doen met alle drie: joden, christenen en moslims. Soms nog breder. In enkele steden zijn platforms voor religie en levensbeschouwing. Dit is heel goed. Maar de joden zijn onze “oudere broers en zussen in het geloof aan de ene God”. Met hen delen we het heilige boek dat wij Eerste of Oude Testament noemen – ook lezen we het nogal verschillend.”

Hoe bent u persoonlijk bij de dialoog betrokken geraakt?

“Als jongetje op de lagere school schijn ik ooit gevraagd te hebben: “Bij welk volk hoorde Jezus? – Bij het joodse volk, Jaap. – Maar, meester, waarom zeggen wij dan zulke lelijke dingen over het volk van Jezus?” Wat mij als kind bezielde om die vraag te stellen, weet ik niet. Ik was een kleine boekenwurm. In mijn ouderlijk huis hadden we niet veel boeken. Van Oma mocht ik de Spectrumeditie van het Oude Testament lenen. De verhalen van Samson las ik als een jongensboek, de avonturen van David met rode oortjes. De aartsvaders, Mozes en de tocht door de woestijn, Jozua, de profeet Elia – ze maakten diepe indruk op me.
Ook hadden we een joodse ‘tante’ in Amsterdam. Een ontzettend leuk mens, heel anders dan de mensen in het dorp. We zagen haar elke zomer, want dan stond ze op de camping.

Tijdens mijn theologiestudie ontmoette ik rabbijn Yehoeda Aschkenasy. Hij maakte mij wegwijs in de joodse traditie, nam geduldig alle vooroordelen weg waarmee ik was behept. Van hem heb ik geleerd dat het jodendom heel anders is dan het christendom en tegelijk heel nauw verwant. Jodendom en christendom moet je niet met elkaar vermengen, maar je kunt het christendom ook niet van het jodendom scheiden.

Vanaf de studietijd is mijn betrokkenheid bij de dialoog met de joden alleen maar verdiept. De ervaring die ik hier heb opgedaan komt mij goed van pas nu ik via het dekenaat ook aan de dialoog met moslims deelneem. Maar voor mijzelf blijft het zwaartepunt liggen bij het gesprek met de joden.”

Mgr. Van Luyn over de Dag van het Jodendom

Namens de bisschoppenconferentie wil ik de Dag van het jodendom van harte aanbevelen aan pastores en vrijwilligers in de parochies van heel Nederland.

Deze jaarlijks terugkerende dag – 17 januari – kan een impuls zijn voor katholieken om ons te bezinnen op de joodse wortels van ons geloof, maar ook op de betekenis die de dialoog met het levende jodendom voor christenen kan hebben.

De keuze van de datum is niet toevallig. Van 18 tot 25 januari wordt elk jaar de oecumenische Bidweek voor de Eenheid van de christenen gehouden. De Dag van het jodendom gaat aan die Bidweek vooraf. Want alle christelijke kerken hebben hun wortels uiteindelijk in de joodse traditie. De joden zijn onze “oudere broeders en zusters” in het geloof aan de Ene God.

Om de parochies te inspireren tot locale activiteiten van bezinning en studie hebben de bisschoppen een speciale website laten opzetten, die voortdurend vernieuwd en aangevuld wordt: WWW.DAGVANHETJODENDOM.NL. Dit moderne medium past bij dit nieuwe initiatief.

In ons land wordt deze dag voor het eerst gehouden in 2008. Het jaarthema luidt: “Met nieuwe ogen” kijken naar de aloude relatie tussen joden en christenen, welke sinds het Tweede Vaticaanse Concilie een nieuwe impuls gekregen heeft.

A.H. van Luyn sdb

Gesprek met bisschop Ad van Luyn Christenen zijn schatplichtig aan joodse visie op de mens

Hij zegt: ‘Ik heb het jodendom heel hoog zitten.’ En :‘Hier liggen de wortels van ons geloof. Het optreden van Jezus als leraar, profeet en heiland valt los van diens jood zijn niet te begrijpen.’ Bisschop Ad van Luyn (Rotterdam) beseft terdege dat de christenen schatplichtig zijn aan de joodse visie op mens en schepping, en de concretisering daarvan in de ‘onvergetelijk mooie’ boeken van de Thora, en hun uitwerking door de profeten. Telkens als Van Luyn die teksten of de psalmen leest geniet hij ervan.

Dit wil, benadrukt hij, niet zeggen dat het joodse geloof de waarheid in pacht heeft. Dat het niets zou kunnen leren van het christendom. ‘Geen enkele geloofsgemeenschap kan claimen in het “bezit” te zijn van de “volle” waarheid.’ Een pikante uitspraak, gezien het feit dat men in joodse kring met christenen wel wil praten over praktische zaken, maar vaak weinig voelt voor een theologische dialoog waarin ook eigen
geloofsstandpunten ter discussie worden gesteld.

Als voorzitter van de Bisschoppelijke Commissie voor de betrekkingen met het Jodendom (BCJ) is bisschop Van Luyn namens de bisschoppenconferentie nauw betrokken bij de relaties tussen de katholieke kerk en de joden in Nederland. Hij noemt die ‘goed’ en wijst als recent voorbeeld op de condoleanceboodschappen
die alle drie de joodse gemeenschappen aan kardinaal Simonis stuurden na het overlijden van diens voorganger Willebrands.

De Rotterdamse bisschop vindt dat men de onderlinge dialoog niet moet beperken tot pragmatische kwesties. ‘Een gesprek over het geloof kan voor christenen én joden verrijkend werken. Inhoudelijk zijn er hiervoor voldoende raakvlakken aanwezig. Bijvoorbeeld de relatie tot het transcendente, tot God, en het besef dat de schepping nog altijd wacht op haar voltooiing. De joden kijken in dit verband uit naar de komst van de Messias, de christenen naar de wederkomst van Christus.’

Geen bekering

Van Luyn onderstreept dat in de dialoog christenen van joden nooit mogen eisen dat zij hun centrale geloofswaarheden opgeven. De tijd van ‘jodenbekering’ is voorbij. ‘De kerk staat voor de uitdaging of zij zich
oprecht kan verheugen in de joodse traditie als teken van trouw van de Eeuwige binnen een nimmer herroepen verbond.’

Naast het theologisch-filosofische gesprek tussen de twee godsdiensten is ook samenwerking op concreet vlak van groot belang. De bisschop omschrijft die als het garanderen van de human dignity en het bundelen van krachten ten behoeve van het common good, in de overtuiging dat dit ‘algemeen welzijn’ altijd groter is dan de som van particuliere en groepsbelangen. Het kan nooit gelijkgesteld worden met het belang of de visie van slechts één van de groeperingen, partners of partijen.

Op welke onderwerpen moet die concrete samenwerking zich richten? Van Luyn:‘Op zingeving (er heerst in het Westen een groeiende onzekerheid over de waarom- en waartoevragen) en op ethiek. Christenen en joden dienen op beide vlakken hun krachten te bundelen, ten bate van een meer humane samenleving’.

Hoe? ‘Bijvoorbeeld via gesprekken met de politiek verantwoordelijken, zowel nationaal als internationaal. Christendom en jodendom hebben een eigen kritische functie tegenover de waan van de dag, tegenover het materialisme, de dominantie van de economie, de absolute relativering in de hedendaagse cultuur, de fragmentering van het moderne levensgevoel, de illusie van de maakbaarheid. In dat alles kunnen, ja moeten christenen en joden elkaar vinden. Zij delen de Messiaanse opdracht om aarde zo bewoonbaar
mogelijk te maken. In ons land, binnen de Europese Unie, wereldwijd.’

Dag van het Jodendom

Op 17 januari houdt de katholieke kerk in ons land voor het eerst een Dag van het Jodendom. In kerkprovincies als Italië en Oostenrijk bestaat die al langer. Met dit initiatief willen de bisschoppen een nieuwe stap zetten in hun betrekkingen met het jodendom, door die ook landelijk op de agenda te plaatsen.

Van Luyn:‘Hierdoor kunnen wij binnen de hele kerkprovincie wijzen op de veranderde verhouding tussen de katholieke kerk en het jodendom en uitleggen wat daarvan de positieve consequenties zijn. Niet alleen van die verbeterde relatie, maar ook van de drie documenten die de Nederlandse bisschoppen over het jodendom hebben gepubliceerd: Levend uit dezelfde wortel (1995), Levend uit dezelfde hoop (1999) en De vreugde van het leren (2004).

Het is erg belangrijk dat men ook op lokaal niveau aan de Dag van het Jodendom meedoet. Daarom staan op de website (WWW.DAGVANHETJODENDOM.NL) allerlei voorstellen voor activiteiten waarmee parochies aan de slag kunnen.Wij hebben de afgelopen jaren in elk bisdom al een aantal pilot projects gelanceerd, in samenwerking met parochies die open staan voor dit idee. Hiervoor kan de Dag van het Jodendom
misschien een nieuwe stimulans betekenen. Daarnaast zijn er de theologische opleidingen. Daar groeit steeds meer het besef dat men in het onderricht zich moeilijk alleen kan beperken tot het christendom, omdat men het jodendom steeds weer tegenkomt: in de bijbel, de liturgie, de eschatologie.’

Kwaliteit

Desondanks zien veel christenen het belang van een dialoog met het jodendom niet zo. Ze zeggen:‘Waarom zoveel aandacht besteed aan zo’n kleine groep?’ Aan de bisschop de vraag of men binnen de kerk, in de
parochies, niet veel beter de beperkte middelen zou moeten richten op het gesprek met de veel grotere islam waar dringende problemen spelen? Van Luyn kent deze reactie, maar noemt haar onterecht:‘Als christenen hebben wij een inhoudelijke band met het jodendom die veel essentiëler is voor ons zelfbestaan, voor het begrijpen van de kern van het geloof, dan die met de islam. Daarom kunnen wij niet
om de dialoog met de joden heen. Hier gaat het niet om kwantiteit, maar om kwaliteit.’

Hij onderstreept dat het gesprek wordt gevoerd met het jodendom als cultuur en als religie. ‘Wij houden ons niet bezig met de politiek van de staat Israël. Die kun je niet identificeren met hét jodendom. Daar denkt men ook onder joden heel verschillend over. Nee, als katholieke kerk in Nederland die deel uitmaakt van de wereldkerk, willen wij de dialoog met het jodendom, zoals die tijdens het Vaticaans concilie en onder de pausen Paulus VI en Johannes Paulus II gestalte heeft gekregen, verder ontwikkelen binnen onze eigen samenleving.’

En dan is er nog de abrahamitische trialoog, het gesprek tussen christenen, joden en moslims.Van Luyn vindt dit tripartiete gesprek zeker belangrijk. Hij noemt twee redenen: de ontwikkelingen binnen onze westerse samenleving, waarbij de islam een niet meer weg te denken rol speelt. En de opdracht die elke religie nu eenmaal heeft: zoeken naar wat verbindt. Christendom, jodendom en islam hebben één en dezelfde stamvader:Abraham.‘Hij is voor ons een model om de angst, de vervreemding en het geweld te overwinnen. Hij leert ons het paradigma van de gastvrijheid.’ ‘Maar’, waarschuwt de bisschop nogmaals: ‘het kan niet zo zijn dat deze trialoog de dialoog tussen christenen en joden gaat vervangen of haar zelfs maar insluit. Christenen kunnen het bilaterale gesprek met het jodendom niet missen. En ik denk dat ook de joden van zo’n dialoog op z’n minst niet slechter worden.’

Drie filosofen

Wat kunnen wij van de joden leren? Van Luyn:‘Wat mij bij het jodendom altijd opvalt is dat men daar zo sterk de nadruk legt op het relationele en niet op het functionele. En dat is nou precies wat onze westerse samenleving hard nodig heeft. Beïnvloed door de “vooruitgang” in wetenschap en techniek zijn we helemaal geconcentreerd op het functionele: Waar dient iets voor? Waar kan ik het voor gebruiken? Het bepaalt helaas ook onze interpersoonlijke relaties: Wat heb ik er aan? Wat doe ik er mee? Dat is een doodlopende
weg.

Over dit relationele hebben joodse denkers in de loop van de tijd heel diepzinnige dingen gezegd. Zelf voel ik me vooral geestelijk verrijkt door drie grote joodse filosofen uit de vorige eeuw: Martin Buber (1878-1965) die het belang van de dialoog onderstreept, Hans Jonas (1903-1993) die ons confronteert met onze verantwoording tegenover de schepping en tegenover de generaties die na ons komen, en Emmanuel Levinas (1906-1995) die de mythe van de zelfontplooiing heeft ontmaskerd en ons er op wijst dat ook de
mensen die ik niet direct in de ogen zie, die verder van mij afstaan, recht hebben op mijn verantwoordelijkheid. Alle drie heel inspirerende filosofen die je alleen kunt begrijpen vanuit het jodendom, vanuit dat sterk accentueren van het relationele.’

Verrijkt

Waar liggen bij Van Luyn de wortels van zijn interesse voor het jodendom? ‘Aan het einde van de oorlog was ik tien.Wij hadden toen al gehoord, hoe jong we ook waren, dat de joden enorm onrecht was aangedaan. We kenden de omvang natuurlijk nog niet, maar toch… Ik heb me daar sindsdien steeds voor geïnteresseerd en me er in verdiept. Dat liep van de getuigenis van Anne Frank tot die van Etty Hillesum.

Het sprak me erg aan: hoe mensen temidden van de onmenselijkheid er toch in zijn geslaagd mens te blijven. Niet alleen voor zichzelf maar ook voor de ander. Daar was ik diep van onder de indruk. Ook niet-joden als kardinaal De Jong,Titus Brandsma en Dietrich Bonhoeffer inspireren me. Hun protest tegen het nazisme en de jodenvervolging trof me zeer. Mijn contacten met vertegenwoordigers van de joodse gemeenschappen en gesprekken met individuele joden hebben me eveneens verrijkt. Ik ben onder de indruk geraakt, mede door bezoeken aan Israël, van de energie van dit volk. Die spruit toch mede voort uit een andere realiteit dan de menselijke. Dat mogen we niet vergeten.’

Dit artikel is eerder gepubliceerd in De Kroniek (2008,3), de PERIODIEK van de Katholieke raad voor Israël.
Mgr. Van Luyn is bisschoppelijk referent voor de Betrekkingen met het Jodendom.

(Ton Crijnen, 03-12-07)