Moge mijn gebed opstijgen tot U, Eeuwige, op het juiste moment

Bidden, dawwenen, oren. Het zijn drie woorden voor hetzelfde begrip. Over de hele wereld is gebed de verbinding met het Hogere, ook met het Hogere in jezelf. Dawwenen en oren zijn Jiddische woorden met Latijnse wortels voor het Nederlandse woord bidden. Binnen het jodendom is het bidden in de plaats gekomen voor het offeren in de Tempel die in Jeruzalem stond en in het jaar 70 door de Romeinen werd verwoest.

In de Joodse boekenkast bevindt zich altijd wel een gebedenboek. Soms uit elkaar gevallen door het vele gebruik, soms nog keurig in de band, klaar om een handreiking te zijn voor degene die er niet zo vertrouwd mee is. In het Joodse huis wordt vaker naar het gebedenboek gegrepen dan naar de Bijbel. De hoofdgebeden bestaan uit het ochtendgebed, het middaggebed en het avondgebed. Het streven is om deze drie gebeden uit te spreken met een minjan – minimaal aantal van 10 mannen van 13 jaar en ouder en het liefst in de synagoge. Maar in de kleine steden en dorpen wonen te weinig Joden om dit aantal bij elkaar te krijgen. Veel vaker wordt het sidoer – het gebedenboek – gebruikt om na de broodmaaltijd het lange dankgebed uit te spreken. Je kent dat na jaren echt wel uit je hoofd, maar als er om je heen gepraat wordt, kun je je in de tekst vergissen. Ook de tekst van het nachtgebed, een kort gebed voor het slapen gaan, kun je in het boek terugvinden. Als je behoefte hebt aan een troostende of mooie gedachte, zoek je er de ‘Spreuken der Vaderen’ in op.

Speciale gelegenheden

Rondom de inwijding van een nieuwe woning kan een feestelijke bijeenkomst belegd worden, waarbij de mezoeza aan de deurposten wordt geslagen. Een mezoeza is een kokertje met daarin een stukje perkament, waarop het Sjema is gekalligrafeerd. Het Sjema is de belijdenis van de Eenheid van G’d. Het bestaat uit drie passages uit de Tora: Deut. 6:4-9, Deut. 11:13-21 en Num. 15:37-41. Daarnaast worden speciale gebeden uitgesproken, waarin wordt gevraagd ziekte en verdriet verre van het huis te houden. Hoe mooi was het moment toen wij, net ouders geworden, voor het eerst ons kind konden zegenen met de aloude priesterzegen. De zegen die ik mijn hele jeugd elke vrijdagavond ontving bij de wijding van de sjabbat. Het Joodse gebed heeft een vaste formulering met maar heel weinig ruimte voor het persoonlijk gebed. Dat geeft een band met de vorige generaties die in dezelfde omstandigheden misschien wel dezelfde gebeden hebben gekozen.

Een godsdienstiger leven

Op elk moment van je leven kun je kiezen voor een godsdienstiger leven. Hoe begin je daarmee? Synagogebezoek is misschien nog een te hoge drempel. Wellicht heb je ooit een Joods gebedenboek gekregen. Of je koopt er een met de Hebreeuwse tekst aan de rechterkant en de Nederlandse vertaling ernaast aan de linkerkant. Je bladert het door en ziet achterin het boek de vele berachot – de zegeningen. Voordat je begint aan het knabbelen van een koekje, een appel, een wortel, dank je G’d daarvoor. Ook dankbaarheid voor het kunnen kopen van nieuwe kleding druk je uit in een korte zegenspreuk. Rustgevend zijn de zegenspreuken voor bliksem en donder die je bij onweer kunt uitspreken. Bewondering wanneer je in het voorjaar alles weer in bloei ziet staan, kan je kwijt in de zin: ‘Geprezen U, Eeuwige, onze G’d, Koning van de wereld die mooie bomen schiep om de mensen ervan te laten genieten.’ Maar ook bij droevige berichten kun je even met een klein zinnetje bij wijze van spreken tegen G’ds schouder aanleunen.

Psalmen

Psalmen vormen een groot gedeelte van het sidoer. Achterin staat op welke bladzijde een bepaalde psalm te vinden is. Er zijn zelfs hele schema’s voor een hele week, een hele maand of een heel jaar. Psalmzeggen om vreugde in uit te drukken, maar zeker ook als steun bij verdriet. Je kunt psalmen reciteren voor een zieke die je persoonlijk kent, maar er zijn zelfs groepen die met elkaar psalmen zeggen voor een zieke die ze helemaal niet kennen. Men hoopt daardoor genezing te brengen.

Tekst: Nechamah Mayer-Hirsch, Joods publiciste.

Meer informatie:

Inleiding op BIDDEN IN HET JODENDOM (NIK)
WERKMATERIAAL OVER BIDDEN (door Leo Geurts)

Beginnen vanaf Jeruzalem (Lucas 24,47)

Op 17 januari wordt de jaarlijkse Dag van het Jodendom gehouden. Tevens begint dan in ons land de Gebedsweek voor de Eenheid van de Christenen. Het thema van de gebedsweek voor de eenheid is ontleend aan het Lukas evangelie, hoofdstuk 24,48: ‘Jullie zullen hiervan getuigenis geven’. Jaap van der Meij, voorzitter van de Katholieke Raad voor Israël, legt in onderstaande bijdrage de verbinding tussen beide initiatieven.

Het evangelie van Lucas sluit af met een kort woord van de verrezen Heer tot zijn leerlingen (44-49). Zoals eerder in het Emmaüsverhaal wordt opnieuw benadrukt dat het lijden en opstaan van Jezus in overeenstemming is met de Tora van Mozes en de Profeten en de Psalmen. – We herkennen hier de klassieke driedeling van de Hebreeuwse bijbel, zoals die tot op vandaag in het rabbijnse jodendom gehanteerd wordt. – Na deze woorden maakt Jezus het verstand van de leerlingen ontvankelijk voor het begrijpen van de Schriften.

Aan deze ontvankelijk geworden geesten worden twee nieuwe inzichten toevertrouwd. Ten eerste dat de Messias zou lijden, maar ook opstaan uit de doden op de derde dag. Hier horen we het oude getuigenis dat Paulus heeft opgetekend in zijn eerste brief aan de Korinthiërs (15,3-4). Maar Lucas voegt er nog iets aan toe, dat voor de leerlingen eveneens nieuw is. De blijde boodschap van het koninkrijk zal zich niet beperken tot het Joodse volk: in Jezus’ naam zal omkeer tot vergeving van de zonden ook worden verkondigd onder alle heidense volken. De leerlingen – die zelf Joden zijn – krijgen de opdracht om de ‘grens’ tussen jood en niet-jood over te steken en het evangelie te verkondigen onder de heidenen.

Toch betekent deze grensoverschrijdende opdracht niet een loslaten van het Joodse punt van vertrek. Ze moeten dit doen ‘beginnend vanaf Jeruzalem’. Zoals Paulus – terugkijkend op zijn levensloop – zegt: “Ik heb de prediking … volbracht vanaf Jeruzalem in een cirkel” (Rom 15,19). Een cirkel waarvan Jeruzalem het middelpunt blijft – in zijn denken, maar ook in zijn handelen (de collecte voor de armen in de oergemeente).

De zendingsopdracht bij Paulus, maar ook in Luc 24,47 heeft een richting – naar de heidense volken – en een basis: vanaf Jeruzalem. Ook voor onze tijd heeft dit betekenis. De eenheid van de christenen, waarvoor we in de week van 17 tot 24 januari bidden en werken, heeft zijn wortels in de band met de apostelen, in de band met onze gemeenschappelijk Joodse wortel. Onze zendingsopdracht wordt gevoed door de sappen van de edele olijf, waarop de wilde takken – de heidense volken – zijn geënt (Rom. 11,17-18).

Het is daarom goed om bij al onze inspanning voor de eenheid onder de christenen en bij ons gemeenschappelijk getuigenis naar de volkeren niet onze band met het joodse volk te vergeten. Daarom heeft de Rooms Katholieke kerk in Italië, Oostenrijk, Polen en Nederland een Dag voor het Jodendom ingesteld op 17 januari – welbewust op de dag die voorafgaat aan de Bidweek voor de Eenheid. Indachtig het woord van de grote theoloog en mede oprichter van de Wereldraad van Kerken, Karl Barth, die zei: Het oudste schisma in de geschiedenis van de kerk is de breuk tussen kerk en synagoge.

BESTELLEN VAN HET MATERIAAL BEHORENDE BIJ DE GEBEDSWEEK

Jaap van der Meij,
Voorzitter van de Katholieke Raad voor de dialoog met de Joden (KRI).

Mgr. de Korte bezoekt Synagoge in Groningen

Door: Marlies Bosch

Op 17 januari schenkt de RK kerk aandacht aan het Jodendom, waaruit het oorspronkelijk voortkomt. Voor die gelegenheid nodigde de Stichting Folkingestraat Synagoge de bisschop van Groningen-Leeuwarden, Mgr Gerard de Korte uit om kennis te maken met het gebouw en haar gebruiken.

De bijeenkomst was informeel van karakter, geleid door Marcel Wichgers, die werkzaam is bij de Stichting. Hoewel van huis uit zelf katholiek, kent hij de geschiedenis van het gebouw aan de Folkingestraat als geen ander. De synagoge werd in 1906 gebouwd, op een moment dat zowel de rooms-katholieken als de protestanten respectabele gebouwen hadden in de hoofdstad van de provincie Groningen. Zij wilden daarvoor niet onder doen, en gaven de architect Tjeerd Kuipers de opdracht een kathedraalachtig gebouw neer te zetten. Het heeft qua uiterlijk wel iets van een moskee. In de tweede wereldoorlog werd het gebouw bezet door de Duitsers, waarbij bijna alle joden op transport werden gesteld: 2800 kwamen om in de concentratiekampen, slechts 200 konden onderduiken en overleefden de Holocaust (shoah).

Na de oorlog wijdde een Canadese legerrabbijn het gebouw weer in, maar er waren te weinig mensen over om er gebruik van te maken, en zo werd het in 1952 verkocht aan een wasserij, die zich vanwege de Davidsster in het raam “Astra” noemde. In 1975 ging het bedrijf failliet; er was sprake van dat het gebouw zou worden afgebroken, maar in plaats daarvan werd het gerestaureerd. In 1981 werd de synagoge opnieuw in gebruik genomen, door het plaatsen van de Thora (wetsrollen) in de heilige arke.

De bisschop, die vergezeld werd door vicaris Johan te Velde en Arthur van Essen (Katholieke Raad voor Israël), moest zijn hoofd bedekken voordat hij de sjoel mocht betreden. Toen werd duidelijk dat de vorm van de bisschoppelijke “solideo” (alleen voor God), oftewel het keppeltje, precies dezelfde vorm had als de hoofdbedekking die alle mannen in de synagoge moeten dragen. Alleen is de toepassing verschillend: tijdens het Eucharistische gebed zet een bisschop zijn keppeltje af, hij bidt dus met onbedekt hoofd.

Vrouwen mochten het centrum van een synagoge niet betreden en hadden hun plaats vroeger boven in een galerij, waar ze tijdens de dienst verbleven. Die plaats is recentelijk naar beneden verplaatst, maar bevindt zich ook nu nog achter een hekwerk.

Het grootste verschil tussen een kerkgebouw en een synagoge, zo werd duidelijk uit de uiteenzetting van Marcel Wichgers, is dat er geen eredienst plaats vindt. Het is een plek van samenkomen om te leren, geen plek waar offers worden gebracht. Iedere joodse man mag voorlezen uit de Thora; alleen als er een rabbijn aanwezig is zal er worden gepreekt. Er is geen altaar, zoals in de rk kerk, maar een plek (bima) waar uit de Thora wordt voorgelezen.

Ieder jaar wordt op deze datum, 17 januari, de Dag van het Jodendom gehouden. Een moment voor katholieken om zich te verdiepen in de roots van hun geloof.

Het is één van de wetten die wij niet begrijpen

Over het eten in het Jodendom

Drie keer staat er in de Torah dat je het bokje niet in de melk van zijn moeder mag koken, nl. in Exodus 23:19 en 34:26 en in Deuteronomium 14:21. Je zou denken: wat een diervriendelijke maatregel, en dat zo vroeg in de (geschreven) geschiedenis van de mensheid. Echter, onze geleerden hebben eruit geconcludeerd dat er geen vermenging van melk en vlees mag plaatsvinden, dus dat je niet tegelijkertijd vlees(producten) en melk(producten) mag eten. Dit nog afgezien van de lijst van voor consumptie verboden dieren, die te vinden is in Leviticus 11:1-31 en in Deuteronomium 14:3-21.

Om het kasjroet (is het stelsel van wetten en voorschriften voor de consumenten om zeker te zijn dat het aangebodene ook geoorloofd is) zeker te stellen zijn er zowel kruidenierswinkels als bakkerijen en slagerijen die op hun winkelruit de letters O.R.T. hebben staan. Die letters betekenen “onder rabbinaal toezicht”, zij het dat de rabbijnen daar niet persoonlijk dagelijks toezicht houden. Zij hebben personen aangesteld van wie zij weten dat ze een orthodox leven leiden. Er zijn ook enkele “kosjere” restaurants die die letters niet op hun ruiten hebben geschilderd, maar ze staan wel in de kasjroetlijst.

In veel producten die in de winkels liggen zijn melk- dan wel vleesproducten verwerkt, zonder dat dat zichtbaar is. Het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap geeft ieder jaar een zogenaamde kasjroetlijst uit, waarin aardig volledig staat welke producten zijn toegestaan. Soms maakt dezelfde fabrikant een variant op het goedgekeurde artikel, maar waarin b.v. vleesextract is verwerkt; dan staat in de kasjroetlijst dat dit speciale product is verboden.

De meeste producten zijn in gewone winkels te koop en je hoeft er niet speciaal naar een onder rabbinaal toezicht gestelde winkel voor te gaan. Je wandelt dan met de kasjroetlijst in de hand door de schappen…. maar al spoedig weet je uit je hoofd welke producten je kunt kopen. Er zijn ook artikelen die (nog) niet in de kasjroetlijst staan omdat er nog geen tijd was om ze te onderzoeken. Daarom is het nuttig dat tegenwoordig op het etiket van alle levensmiddelen een lijst van ingrediënten staat, zodat je eventueel zelf kunt kijken of er verboden zaken in verwerkt zijn.

De scheiding tussen melk(producten) en vlees(producten) heeft vèrgaande consequenties voor het dagelijkse leven van degenen die zich aan de spijswetten houden en, zoals u zult begrijpen, vooral voor de huisvrouwen. Onze Joodse geleerden hebben scherpe regels opgesteld om die scheiding te effectueren. Je moet een dubbel servies hebben, één voor de melkkost-spijzen en één voor de vleeskost-idem. Ook moet je aparte afwasteiltjes en aparte afdroogdoeken hebben, allemaal goed te onderscheiden van elkaar, b.v. voor melkost groene doeken en voor vleeskost rode, om geen fouten te maken. Aparte tafelkleden ook. Heeft men één gootsteen, dan is die “terefa”, dat is eigenlijk “verscheurd”, maar heeft de betekenis gekregen van onrein. Hoe was je dan af? Je zet een onderzetter onder de afwasteil, zodat die de gootsteen zelf niet raakt. Heb je twee gootstenen, dan bestem je de ene voor melk en de andere voor vlees. Heb je één aanrecht, dan bestem je die (bijvoorbeeld) voor melkkost en bereid je een vleeskost-maaltijd, dan leg je daar een plank of een zeiltje over.

Er zijn ook “neutrale” eetwaren, die noch melk- noch vleesbestanddelen bevatten en die kan men eten bij zowel melk- als vleesmaaltijden. Het zijn groenten, vruchten, aardappelen, onbewerkte noten, olie, (kosjere) margarine, rijst, pasta, nog wel meer. Men noemt dit “parve” of “minnich”. Vegetariërs hebben weinig “last” van de kasjroetbepalingen: ze eten geen vlees en bestemmen dus hun keuken alleen voor melkkost.

Mijn man hief eens een vork op en vroeg: “is dit vlees?” en voegde eraan toe: “iemand die van kasjroet niet afweet zou de neiging krijgen me te doen afvoeren, want iedereen ziet toch dat dit een vork is”….
De achtergrond van het doel van het kasjroet is ons niet duidelijk gemaakt; het is één van de wetten die wij niet begrijpen, naast die welke we wel begrijpen, zoals bijvoorbeeld het verbod op stelen. Maar daar het uitdrukkelijk van Godswege is vermeld, houden wij ons eraan.

Bloeme Evers-Emden

Dag van het Jodendom 2010: Tijd is heilig – rituelen in het dagelijks leven

Dag van het Jodendom in de media
Er is aandacht besteed aan de Dag van het Jodendom 2010 in diverse radio- en televisieprogramma’s. Op deze pagina kunt u de fragmenten nog eens bekijken en / of beluisteren.
ZIE HET OVERZICHT.

‘Hoe goed is het als broeders bijeen te zijn’
D e jaarlijkse Dag van het Jodendom op 17 januari is voor katholieken een moment om zich te verdiepen in de roots van hun geloof en om het levende Jodendom te ontmoeten. Terwijl paus Benedictus XVI de Grote Synagoge in Rome bezocht, werden in Nederland op een aantal plekken – zowel op diocesaan en parochieniveau – ontmoetingen georganiseerd: Mgr. De Korte bezoekt de synagoge in Groningen, parochiefederatie Waterheul bezoekt Joods Den Haag, Ontmoeting in gerestaureerde synagoge in Dieren, enz. LEES VERDER.

Paus in Grote Synagoge van Rome
Samen getuigen van God
Op 17 januari bracht paus Benedictus XVI een bezoek aan de Grote Synagoge in Rome. Hij trad hiermee in het voetspoor van Johannes Paulus II, die op 13 april 1986 als eerste paus deze synagoge bezocht. Zie de fotoreportage op KatholiekNederland.nl In 2006 al nodigde de opperrabbijn van Rome, Riccardo Di Segni, paus Benedictus uit voor dit bezoek, een uitnodiging die maart 2009 werd herhaald en begin januari van dit jaar opnieuw werd bevestigd. Met fotoreportage en videobeelden. LEES VERDER.

Mgr. de Korte bezoekt Synagoge in Groningen
Op 17 januari schenkt de RK kerk aandacht aan het Jodendom, waaruit het oorspronkelijk voortkomt. Voor die gelegenheid nodigde de Stichting Folkingestraat Synagoge de bisschop van Groningen-Leeuwarden, Mgr Gerard de Korte uit om kennis te maken met het gebouw en haar gebruiken. De bijeenkomst was informeel van karakter, geleid door Marcel Wichgers, die werkzaam is bij de Stichting. Hoewel van huis uit zelf katholiek, kent hij de geschiedenis van het gebouw aan de Folkingestraat als geen ander. LEES VERDER.

Relatie van Dag van het Jodendom en Gebedsweek
Beginnen vanaf Jeruzalem (Lucas 24,47)
Op 17 januari wordt de jaarlijkse Dag van het Jodendom gehouden. Tevens begint dan in ons land de Gebedsweek voor de Eenheid van de Christenen. Het thema van de gebedsweek voor de eenheid is ontleend aan het Lukas evangelie, hoofdstuk 24,48: ‘Jullie zullen hiervan getuigenis geven’. Jaap van der Meij, voorzitter van de Katholieke Raad voor Israël, legt in onderstaande bijdrage de verbinding tussen beide initiatieven.
LEES VERDER.

Rkkerk.nl-katern: Dag van het Jodendom 2010: achtergronden & werkmateriaal
De meeste katholieken in Nederland kennen ze wel: Missiezondag, Week van het Gebed voor de Eenheid, de Vredesweek… Momenten in het kerkelijk jaar waarop onze aandacht of steun gevraagd wordt voor een bepaalde groep of een speciaal doel. In 2008 is daar de Dag van het Jodendom op 17 januari bijgekomen. Het blad rkkerk.nl bracht een special uit over het thema van 2010 ‘rituelen in het dagelijks leven’ met interviews, achtergronden en werkvormen.
DOWNLOAD HET GEHELE KATERN.

Moge mijn gebed opstijgen tot U, Eeuwige, op het juiste moment
Bidden, dawwenen, oren. Het zijn drie woorden voor hetzelfde begrip. Over de hele wereld is gebed de verbinding met het Hogere, ook met het Hogere in jezelf. Dawwenen en oren zijn Jiddische woorden met Latijnse wortels voor het Nederlandse woord bidden. Binnen het jodendom is het bidden in de plaats gekomen voor het offeren in de Tempel die in Jeruzalem stond en in het jaar 70 door de Romeinen werd verwoest. In de Joodse boekenkast bevindt zich altijd wel een gebedenboek. LEES VERDER.

Suggesties voor preek en exegese
Op zondag 17 januari 2010 vindt in de Nederlandse kerkprovincie de derde Dag van het Jodendom plaats. Graag bieden wij u aan een exegetische inleiding van de LEZINGEN EN EEN PREEKSUGGESTIE. De exegetische inleiding is geschreven door Tineke de Lange (KRI) en de preeksuggestie is van de hand van pastor Leo Geurts. Deze exegetische inleiding en preek zullen verschijnen in het januari/februarinummer 2010 van het TIJDSCHRIFT VOOR VERKONDIGING. Als achtergrond bieden wij u ook graag vijf tips wanneer het jodendom of de joodse achtergrond van Jezus ter sprake komt.

Impressie Impulsdag Jodendom – ‘Tijd is heilig’
Op 15 oktober jl werd in het kader van de Dag van het Jodendom een impulsdag georganiseerd over het jaarthema huisrituelen. Zo’n 50 mensen uit alle windstreken van Nederland hadden zich Amsterdam verzameld voor inleidingen en workshops. Professor Rouwhorst (Faculteit Katholieke Theologie) gaf aan dat in de rooms-katholieke traditie veel rituelen die oorspronkelijke thuis plaatsvonden, langzamerhand in kerk en klooster terechtkwamen en het domein werden van de clerus. Liturgie thuis was vrij beperkt. LEES DE HELE IMPRESSIE.

Over het eten in het Jodendom
Het is één van de wetten die wij niet begrijpen
Drie keer staat er in de Torah dat je het bokje niet in de melk van zijn moeder mag koken, nl. in Exodus 23:19 en 34:26 en in Deuteronomium 14:21. Je zou denken: wat een diervriendelijke maatregel, en dat zo vroeg in de (geschreven) geschiedenis van de mensheid. Echter, onze geleerden hebben eruit geconcludeerd dat er geen vermenging van melk en vlees mag plaatsvinden, dus dat je niet tegelijkertijd vlees(producten) en melk(producten) mag eten. Dit nog afgezien van de lijst van voor consumptie verboden dieren. LEES VERDER.

Suggesties voor verkondiging

Op zaterdag 17 januari 2009 vindt in de Nederlandse kerkprovincie de tweede Dag van het Jodendom plaats. Wilt u op de zondag voor of na deze datum in de verkonding speciaal aandacht besteden aan de relatie met het Jodendom, dan vindt u hieronder enige suggesties.

Zie ook de SUGGESTIES VOOR LITURGIE.

Suggesties voor de verkondiging 1

11 JANUARI 2009: DOOP VAN DE HEER

Lezingen: Jesaja 42,1-7(1); Handelingen 10,34-38; Marcus 1,7-11

Op het getuigenis van de profeten

Niet alleen de dood en de opwekking van Jezus maar heel Jezus’ aardse bestaan, voorafgegaan door de verkondiging van Johannes, is volgens Marcus ‘evangelie’, ‘goede boodschap’.Het Marcusevangelie is het enige dat zich in zijn eerste zin met die naam siert:‘Begin van het evangelie van Jezus Christus zoals (2) geschreven staat bij de profeet Jesaja…’

Jezus’ boodschap wortelt in die van de profeten. Het woord ‘evangelie’ (‘eu-angelion’= ‘goede boodschap’) zelf ook. We lezen in Jesaja 52,7: ‘Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van degene die het goede boodschapt, die de vrede doet horen; van degene die goede boodschap brengt van het goede, die verlossing doet horen; van degene die tot Sion zegt: Uw God is koning.’ Met ‘evangelie’ hangen vrede en verlossing samen, die hun hoogtepunt bereiken als tot Sion gezegd kan worden: Uw God is koning.

Nergens wordt zo gesteund op wat al geschreven staat als in het Nieuwe Testament. Marcus koppelt het hele gebeuren rond Jezus van Nazaret aan de uittocht van het volk van God. Met de adem van het verbond op de Sinaï in de rug trekken de kinderen Israëls met God verder de toekomst tegemoet. Zij en allen die in hun voetspoor gaan, bewandelen niet zo maar een weg, maar de weg ‘door de woestijn’, de weg naar het nieuwe land. Daar kan God alles in allen zijn, daar heeft elk zijn naaste lief, is ieder trouw aan Gods verbond.

Marcus vertelt dat heel de landstreek van Judea en alle inwoners van Jeruzalem uittrokken naar Johannes de Doper (Mc 1,5). Dat is geen literaire overdrijving. Het heeft te maken met de ‘goede boodschap’ waar Jesaja over sprak. Niemand kan gemist worden, want volgens Marcus is het hele gebeuren rond Jezus van Nazaret een nieuwe uittocht van het volk. Van de Marcus-hoorders wordt nog meer inzet verwacht dan destijds: het Koninkrijk Gods is nabij!

Het Marcusevangelie begint in de woestijn. De woestijn is geen normaal woongebied. Het is de plek waar je doorheen trekt, waar je tot bezinning wordt opgeroepen. Het gaat om het land áchter de woestijn, het nieuwe land waar God alles in allen kan zijn, waar elk zijn naaste liefheeft en trouw is aan Gods verbond. Voor men dat land binnentrekt, moet men een grens over: de Jordaan. In het Eerste Testament getuigen vooral de boeken Numeri en Deuteronomium op vele plaatsen over het belang van de Jordaan als grensovergang. Mozes begint daar aan zijn laatste oproepen – die om reacties van het volk vragen en die voor de voortgang van Gods plannen met Israël en de mensheid bepalend zullen zijn (Dt1,1).

Wonderlijk genoeg staat er in Dt 1,1: ‘Dit is de rede die Mozes aan de overzijde van de Jordaan voor geheel Israël gehouden heeft.’ Mozes is de Jordaan niet overgestoken. Blijkbaar vertelt de schrijver zijn verhaal vanuit het land zelf, vanuit Jeruzalem. In Jozua 3-4 wordt verteld hoe de Israëlieten – net als veertig jaar daarvoor door de Rode Zee – droogvoets met de ark van het verbond door de Jordaan trokken. De waterstroom wordt tegengehouden en in Gilgal een gedenkteken opgericht van twaalf grote stenen, voor elke stam van Israël één. Het hele volk moet meedoen.

In het Marcus-evangelie is de Jordaan de rivier waarin men wordt ondergedompeld. Ook hier markeert dit water een grens. Je moet over deze grens heen (of liever gezegd: erdoorheen) om het wonen in Jeruzalem weer waard te worden. Degene die Jezus doopt is – volgens Marcus overduidelijk – de lang verwachte en nu eindelijk teruggekeerde profeet Elia. Hoewel Johannes de teruggekeerde Elia is, verklaart hij niet in Jezus’ schaduw te kunnen staan. Als meerdere van die grote profeet krijgt Jezus te zien en te horen wat niemand anders waarneemt: het openscheuren van de hemel, het neerdalen van de Geest en de stem die uit de hemel klinkt. Aan het eind van Marcus’ evangelie wordt nog een keer over scheuren gesproken, wanneer Jezus aan het kruis sterft. Het voorhangsel van de tempel scheurt van boven naar beneden. Het geheim van Gods aanwezigheid op aarde is open en hoeft dan niet meer met een voorhangsel te worden bedekt. Het scheuren van de hemel in Marcus 1 betekent dat de hemel open is, dat Gods Koninkrijk vaste voet op aarde heeft.

Uit die open hemel klinkt een stem uit de hemel:‘Gij zijt mijn zoon.’Deze woorden zijn een citaat uit Psalm 2, vers 7. De psalmist vervolgt met: ‘Ik heb u heden verwekt’. In de psalm horen we hoe van Godswege het koningschap van de koning in Jeruzalem wordt geproclameerd. In de tekst van Marcus klinkt ook Jesaja 42,1 mee, waar gesproken wordt over de knecht des Heren:‘Zie hier mijn knecht die Ik mijn steun geef, mijn uitverkorene van wie Ik houd. Ik heb mijn Geest op hem gelegd.’ Hier wordt wel over de Triniteit gesproken, maar niet zoals de catechismus dat doet. In dit verhaal wijst de Stem Jesus aan als de messiaanse koning én als de messiaanse knecht tegelijk. Jezus wordt geïnstalleerd als koning én profeet.

Marcus steunt op nog meer teksten. Hij roept ook het verhaal op van Elia’s hemelvaart (2 Koningen 2,11) en de installatie van Elisa als opvolger. Het decor van het verhaal is – net als in Marcus 1 – het grensgebied aan de Jordaan. Elia vaart ten hemel, Elisa veegt met diens mantel de wateren van de Jordaan opzij. De getuigen zeggen: ‘De geest van Elia rust op Elisa.’

Ook in andere Bijbelse ‘installatieverhalen’ (Ezechiël 1, Jeremia 1, Jesaja 6) is de hemel in het geding. Maar anders dan zijn voorgangers-profeten krijgt Jesus geen zendingsopdracht. Hij wordt door niemand gezonden. Zelfs van de Stem die na zijn doop uit de hemel klinkt komt geen opdracht. Als messiaanse zoon van God heeft Hij een bevoegdheid die hem, volgens Marcus, direct en vanzelfsprekend toekomt.

Rond deze messiaanse mens zal het Koninkrijk Gods werkelijkheid worden. Jezus zelf staat ‘terstond uit het water op.’ Als een nieuwe Mozes kan hij ons goed voorgaan. Van de volgelingen zal gevraagd worden dat ze kiezen voor dat nieuwe Koninkrijk. Ze zullen veel moeten loslaten en niet te lang mogen aarzelen. De weg naar het nieuwe land moet onmiddellijk bewandeld worden.

We moeten gaan in het voetspoor van de Messias over wie Petrus in Caesarea sprak: ‘Ge weet wat er overal in Judea gebeurd is: hoe Jezus van Nazaret zijn optreden begon in Galilea na het doopsel dat Johannes preekte, en hoe God hem gezalfd heeft met de heilige Geest en met kracht.’ Diezelfde Geest roept mensen ‘zonder aanzien des persoons’ (Hnd 10,34-37) bijeen. Zo openbaart de God van Israël zich in zijn Gezalfde en die hem durven volgen.

Literatuursuggestie:

Hein Jan van Ogtrop, In het leerhuis van Marcus: de schriftlezingen van de liturgie van de zondag in hun relatie met het joodse geloofsgetuigenis: B-jaar (Katholieke Bijbelstichting, 1990) ISBN: 906173469X

Suggesties voor de verkondiging 2

18 JANUARI 2009: TWEEDE ZONDAG DOOR HET JAAR.

Lezingen: 1 Samuël 3,1-19; 1 Korintiërs 6,13-20; Johannes 1,13-52

Het herstel van het volk (3)

Jezus verschijnt op deze zondag als het lam Gods. Het lam Gods dat de zonden der wereld wegneemt. ‘Wereld’ is te verstaan als de ‘machtssamenklontering’ die het Koninkrijk van God tegenhoudt. Jezus bevrijdt van de zonde en wil de mensheid daaruit wegleiden.

We komen in het Johannesevangelie nu toe aan een reeks van tekenen die Jezus te midden van het volk verricht. (4) Vandaag is het teken de verzameling van de leerlingen, het herstel van het (sinds de ballingschap toen de twaalf stammen uiteenvielen) gehavende volk. Van de twaalf stammen van Israël was in die tijd weinig meer over. De nazaten van Juda, Benjamin en Levi waren er nog, maar slechts enkelen konden hun afstamming herleiden tot een van de andere zonen van Jakob. Het was altijd een kwellend raadsel geweest wat er van de rest van de stammen geworden was. De profeten hadden met grote stelligheid verkondigd dat ook de ondergegane stammen van het Noordrijk eens zouden verrijzen. In het visioen van Ezechiël 37 lezen we bijvoorbeeld: ‘Deze beenderen zijn het gehele huis Israël.’ (Ez 37,11)

Als een soort refrein klinkt door het eerste hoofdstuk van Johannes de uitdrukking ‘op de… dag’. In vers 19 lezen we dat de priesters en levieten Johannes ondervragen over zijn doopactiviteiten. ‘Op de volgende dag’ (1, 29-34) ziet Johannes Jezus naar zich toekomen en legt hij zijn getuigenis af. In die scène staat eerst de relatie van Johannes met Jezus centraal. Maar dat verandert snel. Johannes wijkt achter de coulissen terug en verwijst naar Jezus. Op ‘de volgende’dag (in het missaal weggelaten uit de tekst) (1,35-42) gaan twee van Johannes’ leerlingen Jezus achterna. Andreas haalt er zijn broer Simon bij; weer een fase in de voortgang van het Koninkrijk. Op ‘de volgende dag’ wordt Filippus gevonden en deze haalt Natanaël erbij (1,43-51). En ook Johannes 2 begint met de vermelding van een dag: ‘op de derde dag ’werd een bruiloft gevierd in Kana (2,1-11). Is het de bedoeling een hele week te beschrijven: een opening die zou rijmen met de eerste week na de dood van Jezus? Sommige auteurs adviseren die vraag maar een vraag te laten (5).

Het lijkt mij onmiskenbaar dat het steeds noemen van ‘de volgende dag’ suggereert dat we niet doelloos door de geschiedenis zwerven, maar dat rond Jezus sprake is van een progressie. De geschiedenis gaat vooruit! De groepsvorming rond Jezus is zo een fase in de geschiedenis van de voortgang van het Koninkrijk Gods, een begin van het herstel van het gehavende volk.

Mysterieus is het gedeelte van vers 35-39. De leerlingen van Johannes (een tweetal, Andreas (6) is de ene; wie is de andere?) horen Johannes zeggen ‘zie het lam Gods’ en gaan onmiddellijk de andere leraar (Jezus) achterna. Ze vragen: ‘Rabbi, meester, waar houdt ge u op?’ Een mooi antwoord zou zijn: ‘Bij de dingen van de Vader.’ Volgens mij wordt zoiets bedoeld. Niet: waar woont u precies? Jezus gaat Andreas en diens metgezel geen rondleiding geven in zijn bungalow. Andreas ontmoet naderhand zijn broer Simon (vers 41) en zegt: ‘Wij hebben de Messias gezien.’ Het zwaan-kleef-aan-effect zet zich voort. Als er getuigd wordt van de Messias werkt dat aanstekelijk. Het einde van de dag rijmt op het begin. Johannes heeft Jezus aangekeken en gezegd: ‘Zie het lam Gods.’ Als de zon daalt, kijkt Jezus Petrus aan en zegt: ‘Jij bent de rots.’ Het lam en de rots ontmoeten elkaar, wie zal de echte sterke zijn? In het Eerste Testament is Abraham de rots waarop het huis Israël wordt gebouwd (Jesaja 51, 1-2). Zonder geloof kan God niets beginnen.

In vers 43 begint weer een ‘volgende dag’. Nu wordt Filippus erbij gehaald. Hij komt uit dezelfde stad als Petrus en Andreas: een vruchtbare voedingsbodem blijkbaar. Op zijn beurt haalt hij Natanaël erbij. Ook hij wordt (ook letterlijk!) door Jezus aangesproken. ‘Ik zag je onder de vijgenboom,’zegt Jezus tegen hem. Vermakelijk is de uitleg die vroegere Bijbelcommentaren gaven: ‘Er zal onder die vijgeboom vast iets bijzonders zijn voorgevallen wat Jesus, als alwetende zoon Gods, wist.’ Nee, Jezus is geen voyeur. De joden, die tegenwoordig gelukkig over onze schouder mee willen lezen, zullen ons geduldig uitleggen: ‘onder de vijgenboom zijn’ is een gebruikelijke uitdrukking voor ‘de Tora overwegen’. Het leerlingschap van Jezus kan niet goed beoefend worden zonder trouw aan de Tora waar geen jota of tittel van veranderd mag worden (7).

De eerste lezing van vandaag, uit 1 Samuël, handelt ook over de stugge trouw aan de Tora. Samuël is-in tegenstelling tot de zonen van Eli-nog in staat de roepstem van de Enige te horen. Hij was slapende waakzaam om te doen wat hem te doen staat. Hij zal David in Betlehem zalven, het volk Israël rond de Wet verzamelen opdat de goede hoorders klaar kunnen staan voor de Messias: de zoon van David.

Natanaël zal nog meer meemaken dan Jezus’ waardering van hem als trouwe bidder. Hij zal (vers 52) de hemel open zien en de engelen Gods zien opklimmen van de Mensenzoon (let op de volgorde, van beneden naar boven!) en tot hem neerdalen. Natanaël zal moeten verstaan dat hij, die over de volken komt heersen, in de gestalte van een vluchteling, als Jakob (vgl. Gn 28,18), zal verschijnen. De geschiedenis van de Mensenzoon en zijn leerlingen gaat echter verder. Een ‘derde dag’ zal volgen, het Koninkrijk komt naderbij. We lezen bij de naamgenoot van Johannes, de schrijver van de Apokalyps: ‘Zie ik kom spoedig en mijn loon is bij mij om ieder te vergelden, naar dat zijn werk is. Ik ben de Alfa en de Omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde. Zalig zij die hun gewaden wassen, opdat ze recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in mijn stad.’ (Apk 22, 12-14)

Literatuursuggestie:

Jan Nieuwenhuis, Johannes de Ziener. Geschriften voor de gemeente van nu. het Evangelie, de Brieven, de Openbaring (Kampen: Kok, 2004) ISBN 9043509167

Hein Jan van Ogtrop, oud-voorzitter KRI en OJEC

Voetnoten

Het teken van het sterretje betekent dat de lezingen iets uitgebreider zijn genomen dan officieel voorgeschreven staat; wij bevelen die verlengingen aan.

We laten de zin met opzet doorlopen, het Grieks kent geen punten en komma’s.

Het spreekt vanzelf dat we het teken van het herstel van het volk intact moeten laten. Dus we kunnen dan niet de evangelielezing bij vers 42 stoppen, waar Petrus wordt genoemd. Doorlezen dus tot het eind van hoofdstuk 1.

De reeks tekenen is in het Johannesevangelie onderverdeeld in vier ‘clusters’, elk van drie tekenen (samen twaalf!): 1. het herstel van het volk (1, 35-52), van de kennis van de Tora (2, 1-12) en van de tempel (2, 13-25); 2. het gesprek met de Israëliet (Joh 3), met de Samaritaanse vrouw (4, 1-42) en de heiden (4, 43-54); 3. de vervulling van de sabbat (Joh 5), het paasfeest (Joh 6) en het Loofhuttenfeest (Joh 7); 4. de overwinning op de zonde (Joh 8), de ziekte (Joh 9 en 10), de dood (Joh 11).

Zie Sjef van Tilborg, Belichting van het bijbelboek Johannes (Boxtel/Brugge 1988), blz. 22 e.v.

P.A. Elderenbosch (Het Evangelie als uitlegging van het Oude Testament [Boekencentrum, 1986]) vertelt: Andreas draagt een fraaie Griekse naam. Een orthodoxe jood zou zijn Hebreeuwse naam waarin doorgaans iets van de relatie met God tot uitdrukking kwam, nooit inruilen voor een Griekse. Andreas kon toen nog niet vermoeden dat het vereerde Griekenland eens de plaats van zijn marteldood zou worden. Een kathedraal van adembenemende lelijkheid is enkele jaren geleden in Patrai gebouwd om als mausoleum voor zijn gebeente te dienen. Zijn schedel is toen uit Venetië teruggebracht naar de rest van zijn skelet.

De eerste lezing uit het eerste boek Samuël handelt ook over de stugge trouw aan de Tora. Samuël is – in tegenstelling tot de zonen van Eli – nog in staat de roepstem van de Enige te horen. Hij was slapende waakzaam om te doen wat hem te doen staat. Hij zal David in Bethlehem zalven, het volk Israël rond de Wet verzamelen opdat de goede hoorders klaar kunnen staan voor de Messias: de zoon van David.

Hoe lezen Joden en katholieken de Bijbel?

Dossier: Hoe lezen Joden en katholieken de Bijbel?

“De Bijbel is het heilige boek van Joden en christenen.” – “ Jodendom en christendom hebben een gemeenschappelijke basis, de Bijbel.” Dit soort uitspraken hoor je vaak als er gevraagd wordt naar het gemeenschappelijke van jodendom en christendom. Maar kloppen ze ook? Bedoelen Joden en christenen hetzelfde als ze het hebben over de Bijbel? Lezen ze ze wel hetzelfde boek? En hoe lezen ze het dan?

Speciaal voor de tweede Dag van het Jodendom (2009) zet de Katholieke Raad voor Israël een aantal belangrijke zaken op een rij in een speciaal dossier ‘Hoe lezen Joden en katholieke de Bijbel?’

1. Hoe noemen Joden en Christenen de Bijbel?
De Bijbel is eigenlijk een bibliotheek waarin een groot aantal zeer verschillende geschriften, van verhalende boeken tot liederenbundels. Voor christenen bestaat de Bijbel uit twee delen: het zogeheten ‘Oude Testament’ en ‘Nieuwe Testament’. De Joodse bijbel omvat het ‘Oude Testament’. De benamingen ‘Oude Testament’ en ‘Nieuwe Testament’ zijn de meest gebruikelijke, maar niet de meest gelukkige. LEES VERDER.

2. Bedoelen Joden en Christenen wel hetzelfde boek?
Als je de inhoudsopgave van de standaardeditie, de katholieke uitgave en de Tanach naast elkaar legt valt op dat zij niet hetzelfde aantal boeken bevatten. Het Nieuwe Testament is vanzelfsprekend alleen in de christelijke edities te vinden. Maar vergelijken we Tanach met het deel ‘Oude Testament’ in de standaardeditie en de katholieke editie, dan zien we ook daar verschillen. Hoe komen die verschillen er? LEES VERDER.

3. Joden en Katholieken – Bijbel en Traditie
Ook in het christendom geldt dat de Bijbel gelezen wordt vanuit de traditie. Wat betreft de lezing van het Oude Testament geldt voor alle christenen dat deze gelezen wordt vanuit de persoon en de werken van Jezus Christus. Het Nieuwe Testament vormt hier de weerslag van. Daarom kan het Nieuwe Testament niet los gezien worden van het Oude Testament. LEES VERDER.

4. Een Joodse en een Christelijke leergemeenschap
Als zoon van Israël was Jezus vertrouwd met de Tora. Als leraar van Israël interpreteerde hij de Tora voor zijn eigen tijd en door de Heilige Geest zet de geloofsgemeenschap de weg van Jezus voort in het heden. De Kerk kan hierbij leren van de ervaringen van het Joodse leerhuis van Israël, maar dient hier wel haar eigen vorm aan te geven. Klakkeloos imiteren doet geen recht aan de eigen traditie en getuigt niet van eerbied voor de eigenheid van het jodendom. LEES VERDER.

5. Vreugder der Wet
“De Bijbel is het heilige boek van Joden en christenen.” “ Jodendom en christendom hebben een gemeenschappelijke basis, de Bijbel.” Dit soort uitspraken hoor je vaak als er gevraagd wordt naar het gemeenschappelijke van jodendom en christendom. Maar kloppen ze ook? Bedoelen Joden en christenen hetzelfde als ze het hebben over de Bijbel? Lezen ze wel hetzelfde boek? En hoe lezen ze het dan? LEES VERDER.

Overzicht Tenach – Oude Testament
Een overzicht van de verschillende en overeenkomsten tussen de (Joodse) Tenach en het (Christelijke) Oude Testament. (PDF)